Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plunderen - (stelend leeghalen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

plunderen ww. ‘stelend leeghalen’
Mnl. plunderen ‘(be)roven’ in die rovede of plunderde [1372; MNW].
Noordzee-Germaans woord dat zich in de late middeleeuwen verder landinwaarts heeft verspreid. Wrsch. is de oorspr. betekenis ‘huisraad wegnemen’ en is het woord afgeleid van het zn. mnl. plunder ‘boeltje, inboedel, beddengoed, kleren’ [1382; MNW], waarnaast ook een kortere vorm plund bestaat, in de samenstelling plundware ‘klein huisraad’ zoals in Van ketel ende van potten ende van anderen plundware [1328; MNW]. Verdere herkomst onbekend.
Mnd. plundern; laat-mhd. plundern (nhd. plündern); ne. plunder (ontleend aan nhd. plündern); nfri. plonderje; nzw. plundra. Daarnaast de zn.: mnd. plunde ‘klein huisraad, vodden, lappen’, plunder ‘roof, buit’, plunderware ‘klein huisraad, kleren’; laat-mhd. plunder ‘beddengoed’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plunderen* [(be)roven] {plonderen 1372, plunderen 1573} hoogduits plündern, van plunder, plunden [allerlei benodigdheden, klein huisraad, beddengoed, oude kleren, plunje]; plunderen is dus ‘beroven van alle losse bezittingen’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

plunderen ww., mnl. plonderen, plunderen, mnd. plunderen, laat-mhd. plundern (nhd. plündern), fri. plunderje, plonderje, ne. plunder. Het woord is een typisch kustwoord en heeft zich vandaar naar het binnenlandse duits uitgebreid (mhd. eerst in de 14de eeuw) en dan over het nnd. naar ne. plynder (ouder plunder), nzw. nnoorw. plundra. Het betekent eigenlijk ‘het huisraad wegnemen’ en is afgeleid van mnl. plunder v. ‘boeltje, inboedel’ ook mnd. plunderware ‘klein huisraad, kleren’, laat-mhd. plunder, blunder m. ‘huisraad, kleren’ (1383 ‘beddegoed’ dan ook ‘linnengoed’, vgl. nhd. plunder). Daarnaast vinden wij echter een korter woord in mnl. plundware en mnd. plunde ‘klein huisraad; vodden, lappen’. — Er zijn geen verdere verbindingen en wij hebben hier dus een jonge en op een klein gebied beperkte formatie, waarvan de herkomst moeilijk is te bepalen. — Zie ook: plunje.

Het is bedenkelijk met FT 840 verband te leggen met ouder-nhd. pludern ‘opzwellen, bol staan’ (vgl. pluderhose) en dan de germ. wt. *plud te beschouwen als variant van *pud (waarvoor zie: puit); de bet. ontw. ‘opzwellen’ > ‘in het ongerede komen’ > ‘rommel’ is wel wat gezocht.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

plunderen ww., mnl. (niet oud-mnl.) plonderen, plunderen. = laat-mhd. plundern (nhd. plündern), mnd. plunderen, fri. plonderje, plunderje, eng. to plunder, de. plyndre, zw. plundra “plunderen”, eig. “van zijn boeltje berooven”. Dit woord heeft zich door ontl. verbreid. Het grondwoord komt mnl. voor als plunder v. “boeltje, inboedel”, waarnaast *plund(e) in plundwāre m. (v.?) “klein huisraad” en in nnl. plunje (*plund-je), fri. plunje, plonje, ploanje “plunje”. Wsch. komen deze vormen benevens oudnhd., laat-mhd. plunder, blunder m. “huisraad, kleeren” (’t eerst 1383 = “beddegoed”, dan “linnengoed, kleeren”; nhd. plunder) uit het Ndd.: mnd. komt naast plunder-wāre v. “klein huisraad, kleeren” ook plunde m. v. “id., vodden, lappen” voor. Wsch. een jonge woordgroep, misschien ten deele onder invloed van andere woorden met pl- (o.a. mnd. plet “lap”? zie pletten) ontstaan.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

plunderen. Het eerste lid van mnl. plundwāre komt ouder-nnl. voor als plunden, plunnen mv. ‘kledij, huisraad’ (nog gron. dr. ‘vodden’), plun ‘plunje’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

plunderen o.w., frequent. denom. van plund of denom. van plunder (z. plunje), met privatieve bet. Uit het Ndl. (Ndd.) komt Hgd. plündern, Eng. to plunder, Zw. plundra, De. plyndre.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

plun’deren (plunderde, heeft geplunderd), (i.h.b.:) wederrechtelijk leeg plukken (vruchtboom). Jos hield erg veel van boomklimmen. Zo kwam het eens voor dat ze zo druk bezig was met het plunderen van de olijfboom* van de school, dat ze niet eens de bel hoorde (BN 120: 54; 1980).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

plunder: roof, steel; verniel; Ndl. plunderen (Mnl. plon-/plunderen), Hd. plündern, Eng. plunder, blb. ’n Germ. wd. – die s.nw. het o.a. bet. “huisraad, klere, linnegoed”, en die ww. “huisraad, ens., verwyder” (gew. m. geweld).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Plunderen, van het oude woord plunder, dat in het Mhd. kleeding, huisraad bet.; plunderen wil dus als denom. letterlijk zeggen: de kleeding, ’t huisraad wegnemen, vooral door soldaten; de afl. heeft hier zoog. „beroovende” kracht (vgl. villen = het vel wegnemen). – In het Mnl. bestond ook plunde of plunne: uitsluitend „kleeding”, waaraan ons plunje nog herinnert; bijv.: „De plundje was voor de soldaten.”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

plunderen ‘(be)roven’ -> Engels plunder ‘(be)roven’; Deens plyndre ‘(be)roven’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors plyndre ‘(be)roven’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds plundra ‘(be)roven’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands plonder ‘(be)roven, wegnemen’; Papiaments plènder ‘(be)roven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plunderen* (be)roven 1372 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut