Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plotseling - (onverwacht, opeens)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

plotseling bw. ‘onverwacht, opeens’
Vnnl. plotzelijk ‘plotseling’ in om zoo plotzelijk op zijn plat te vallen ‘om zo opeens plat op de grond te vallen’ [1631; WNT], plotseling ‘id.’ in die ... so plotseling valt [1642; WNT wetering]. Daarnaast eerder al plots ‘eensklaps’ [1610-19; WNT].
In de vorm plotzelijk, later nog plotselijk, ontleend aan Vroegnieuwhoogduits plötzlich ‘plotseling’, een afleiding met het achtervoegsel -lich (zie → -lijk) van het klanknabootsende tussenwerpsel Plotz ‘luide slag’, zoals bijv. ook Nederlands eensklaps ‘plotseling’, letterlijk ‘met één klap’. In het Nederlands werd het achtervoegsel -lich vervangen door → -ling(s), dat in 17e eeuw productief was als bijwoordelijk achtervoegsel.
Mnd. plotzliken, plutzich, pluslik ‘plotseling’; (v)nhd. plötzlich.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plots* [eensklaps] {1626} klanknabootsende vorming.

plotseling [onverhoeds] {1642} < hoogduits plötzlich, van noordduits Plotz [luide slag van iets dat valt], hoogduits Platzer [smak, plof].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

plots tussenw. duidt een doffe slag aan, evenals plof, plomp en plons, vgl. ook noordd. plotz m. ‘luide slag van iets dat neervalt’. — Zie ook: plotseling.

Mnl. plotsen ‘plukken, pluizen’ is een bijvorm van ploten en kan niet dienen, om een verklaring hiervan uit een klankwoord te ondersteunen.

plotseling bnw. bijw., eerst nnl., gevormd naar het voorbeeld van nhd. plötzlich, dat afgeleid is van het klankwoord plotz. Het bet. derhalve ‘met een slag’; in de 16de eeuw is de bet. van ‘onverhoeds’ nog zo nieuw, dat zij nog een verklaring behoeft. Eveneens uit het nhd. stammen nde. pludselig, nzw. plötslig.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

plots, plotseling bijw. bnw., nog niet bij Kil. Plotseling is naar hd. plötzlich (reeds zeldzaam mhd. plozlich, ook al mnd. plutz-, pluslik) “plotseling” gevormd, met formans-verandering. Ouder-nhd. ook plotz “plotseling” > ndl. plots. Wij moeten uitgaan van een klanknabootsend *plots (een woord van dezelfde soort als plomp III), waarvan ook Kil. plotsen int water “mergere vel mergi cum impetu”. De. pludselig, zw. plötslig “plotseling” zijn uit het Ndd. resp. Hd. ontleend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

plots, plotseling. Ouder-nnl. ook plotselijk. Het hd. woord kan tot het opkomen hebben meegewerkt, maar noodzakelijk is dit geenszins.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

plots tuss., + Hgd. plotz: onomat.; z. bluts.

plotselijk bijv., + Hgd. plötzlich: van plots = onverwachten slag, het zelfst. gebr. tuss. plots.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

plotseling bw.
Eensklaps, meteens, onverwags.
Uit Ndl. plotseling (1642).
Ndl. plotseling uit D. plötzlich (14de eeu), 'n afleiding van D. Plotz 'harde slag van iets wat val'. Ndl. plotseling het ouer plotselijc (1610), tans verouderd, vervang.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

plotseling: meteens, onverwags, skielik; Ndl. plotseling (na Kil), wsk. na vb. v. Hd. plötzlich (dan ook vroeër – 17e eeu – in Ndl. plotselijk, tans veroud.) met byw. -ling(s) in bet. “met ’n slag” en wsk. kn.; i.s. vorm en funk. v. Kem WFA 405.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

plotseling (Duits plötzlich)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Plots, klanknabootsing voor slag; plotseling = bij wijze van een slag, dus onverwachts, snel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

plotseling ‘onverhoeds’ -> Deens pludselig ‘onverhoeds’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors plutselig ‘onverhoeds’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plots* bijwoord van tijd: eensklaps 1626 [WNT]

plotseling onverhoeds 1642 [WNT wetering] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut