Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plooirok - (geplooide vrouwenrok)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

plooirok: (studententaal) smalend voor een jong, ‘high-society’-type. Syn.: pareltje. In het Engels noemt men zo iemand een Sloane Ranger.

Wel weten ze waar ze pertinent niet bij willen. Niet bij de bekakte-ballen-disputen (Hermes), niet bij de drinkers, de beulen of de beren (Viator, Thalia, Dido). Niet bij de literaire eikeltjes (Beets), niet bij de pareltjes of plooirokken (stijve meisjes van Jonquilles). (Carolijn Visser, Alle dagen vrij. Jeugd in de jaren 70-80, 1984)
Maar bij de andere helft, de grijze plooirokken die altijd hun huiswerk op tijd af hadden hoorden ze ook niet. (Anja Meulenbelt, De bewondering, 1987)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

plooirok ‘geplooide vrouwenrok’ -> Ambons-Maleis rok plōi ‘geplooide vrouwenrok van sits’.

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

plooirok, voor de definitie zie pareltje*.

Maar bij de andere helft, de grijze plooirokken die altijd hun huiswerk op tijd af hadden hoorden ze ook niet. (Anja Meulenbelt: De bewondering, 1987)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut