Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plompverloren - (bijwoord van hoedanigheid: halsoverkop)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plompverloren* [hals over kop] {1559} is een samenstelling van plomp2 [grof] + verloren [van het goede pad afgedwaald].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

plompverloren bijw., sedert de 16. eeuw. Oorspr. = “zoo maar botweg in ’t wilde” (vgl. zuidndl. botverloren) of “zoo maar plons weg”, ’t Eerste lid is plomp II of plomp III.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plompverloren* bijwoord van hoedanigheid: halsoverkop 1559 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1842. Plompverloren,

d.w.z. in het ruwe, wilde weg; ook: plotseling, eensklaps, zonder nadenken. Eene koppeling van plomp, ruw, in het ruwe weg (vgl. Kiliaen: plompelick, obtuse, ruditer, absurde, inornate) en verloren, in 't honderd. Volgens De Jager, Frequ. II, 231: verloren als in éénen plots, een plomp; liever: op eene plompe wijze in het verloreneZie ook Ndl. Wdb. III, 695., botweg in 't wilde. Ghistele, Heroid. Ep. 121 v; Oudemans V, 656 en vgl. het Zuidnederlandsche botverloren (Schuermans, 73 b).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut