Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plomp - (log)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

plomp 1 bn. ‘log’
Mnl. plomp ‘stomp; bot, dom, onkundig’: plump ‘stomp, bot’ [1240; Bern.], plomp ‘dom’ in hem dochte dat hi ware [o]ncuestech ende plomp ‘hij dacht dat hij onkundig en dom zou zijn’ [1276-1300; VMNW]; vnnl. plomp ‘zwaar’ in plompe dieren [1608; WNT], ‘dik, log, onbehouwen’ [17e eeuw; WNT].
Wrsch. een klanknabootsend woord, zoals in vnnl. met een plomp in het water komen ‘met een plons in het water komen’ [1573; Thes.]. Daarbij zou zijn gedacht aan iets groots dat in het water valt. Mogelijk is er ook sprake van invloed van het bn.lomp.
Mnd. plump ‘plomp, log’.
plompen ww. ‘met een plomp neerkomen in een vloeistof’. Mnl. plumpen ‘afgestompt zijn, afstompen’ [1240; Bern.], plonken ‘id.’ [1287; VMNW], plompen ‘id.’ in dat si plompen sullen te min ‘opdat ze des te minder stomp zullen worden’ [14e eeuw; MNW]; vnnl. plompen ‘met een plomp in het water komen’ [1591-1602; WNT]. Afgeleid van plomp. ♦ plompverloren bn. ‘halsoverkop’; vnnl. dan dat icxse ... Sal laten vallen so plomp verloren ‘dan dat ik hen zo halsoverkop zal laten vallen’ [1559; WNT]. Aanvankelijk letterlijk ‘plotseling verloren, totaal verloren’ (waarin plomp- dus ‘opeens, plotseling’ betekent), later afgezwakt tot ‘onverwacht’.

plomp 2 zn. ‘waterplas’
Vnnl. plomp ‘stilstaand water, poel, gracht’ in viel onsen armen Els ... in de plomp [1676; WNT].
Wrsch. het zelfstandig gebruik van → plomp 1, of anders een afleiding van een klanknabootsend werkwoord plompen ‘in een vloeistof vallen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plomp2* [log] {1201-1250} van het tussenwerpsel plomp!

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

plomp 1 tussenw. voor het geluid van een doffe val in het water, evenals plof en plons. — Opmerkelijk is dat dezelfde klank ook in lit. plúmpt, plúpt tussenw. voorkomt. — Zie ook: plompen en plempen.

plomp 3 bnw. ‘logʼ, mnl. plomp ‘log, stomp, bot, domʼ, mnd. plump (>nhd. plump, ne. plump, nde. nzw. plump) is te verklaren als het tussenw. plomp 1 en betekent dus eigenlijk ‘als iets logs in het water vallendʼ. Maar er bestaat ook een correlatie met lomp, evenals wij onder ploert die aantroffen tussen ploer, pluur en loer, luur en dan kan men denken aan een affectieve voorvoeging van p.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

plomp II bnw., mnl. plomp “log, stomp, bot, dom”. = mnd. (nhd.) plump “id.”. De synonieme woorden eng., de., zw. plump worden voor ontll. uit ’t Ndl.-Ndd. gehouden. De oorspr. bet. was “zwaar vallend, log” en het woord is onomatopoëtisch, evenals plomp III.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

plomp 1 bijv.(grof), van het tuss. plomp: onomat. verwant met plof. Uit Ndl. komen Hgd. en Eng. plump.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Plomp, verwant met plof: een klanknabootsing van een vallend zwaar lichaam; ook plonzen ziet men voor een verwant aan.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

plomp ‘log, ongemanierd’ -> Engels plump ‘lomp; dom; mollig, rond’; Duits plump ‘log, ongemanierd’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens plump ‘log, ongemanierd’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors plump ‘log, ongemanierd, massief, stomp, grof’; Zweeds plump ‘log’ (uit Nederlands of Nederduits); Esperanto plumpa ‘log’ ; Negerhollands plomp ‘grof, log’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plomp* log 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut