Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plof - (tussenwerpsel: nabootsing van geluid)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plof* [bons, smak] {1844} klanknabootsend gevormd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

plof tussenw. een klankwoord voor een doffe slag, evenals plomp en plons. — Daarvan is het ww. ploffen gevormd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

plof tusschenw. en znw.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

plof ‘tussenwerpsel: nabootsing van geluid’ -> Frans dialect fé plouf è l'êwe; roter plouf-plouf ‘zwaar, met een plof in het water vallen; zwaar lopen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plof* tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1844 [WNT]

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Plof (1959) vroeger vrij algemeen gebruikte, populaire benaming voor motorfiets; thans in verscheidene streken van Nederland ook of uitsluitend gebruikt voor bromfiets.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal