Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ploegen - (grond met de ploeg omwoelen)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ploegen ww. Reeds mnl., mhd., mnd,. on. (plø̂gja).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2ploeg ww.
1. Grond met 'n ploeg (1ploeg) bewerk. 2. Deurklief. 3. Omwoel.
Uit Ndl. ploegen (al Mnl. in bet. 1, 1598 in bet. 2, 1867 - 1879 in bet. 3), 'n afleiding van die s.nw. ploeg (sien 1ploeg), maar veel jonger as die s.nw., en ook nie in alle gewestes van Ndl. ewe gebruiklik nie (WNT).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ploeg I: as s.nw., mv. ploeë; as ww. ook wv. ploe(ë); Ndl. ploeg (s.nw.) en ploegen (ww.); Ndl. s.nw. ploeg (Mnl. ploech), Hd. pflug, Eng. plough (vroeër en in Am.-Eng. nog plow), ’n Germ. wd. wat in Ll. as plo(v)um verskyn; as ww. Mnl. ploegen, Hd. pflügen, verb. binne en buite Germ. onseker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ploegen ‘grond met de ploeg omwoelen’ -> Papiaments plu, plug (ouder: ploeg) ‘grond met de ploeg omwoelen’; Sranantongo plugu, prugu ‘grond met de ploeg omwoelen’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

533. Daar valt niet mee te eggen of te ploegen,

d.w.z. daar is niet mee samen te werken, niet mee op te schieten. De uitdr. dateert uit de 16de eeuw; vgl. Sart. II, 5, 56: Men mach daer mede eeren (ploegen) noch egghen, in hominem intractabilem et insuavibus moribus; X, 36: Men mach met hem eggen noch eeren; Kluchtspel II, 71: Mijn vrou, daer ick nou van daen ben ghegaen, was uytermaten quaet, men konder meê eggen noch eeren; Harreb. III, 22; Antw. Idiot. 1673: Met iemand niet kunnen eggen of eren, er niet mee uit de voeten kunnen, er niets mee kunnen aanvangen; Handelsblad, 17 Dec. 1914, p. 2 k. 4 (ochtendbl.): Maar er kunnen evengoed vakvereenigingen als steuncomité's zijn, waarmee niet valt te eggen of te ploegen; Ndl. Wdb. III, 3965.

1062. Met een ander(man)s kalf ploegen.

‘Deze spreekwijze wordt gebezigd om aan te duiden, dat men zich van de hulp van een ander bediend heeft, maar onder den schijn van eigen werk te leveren. De uitdr. is ontleend aan de geschiedenis van Simson. Zooals in Richt. 14 verhaald wordt, waren de Filistijnsche bruiloftsgasten van Simsons bruid te weten gekomen wat de oplossing was van het hun door Simson opgegeven raadsel, en hij, in toorn ontstoken over de trouwelooze handelingen zijner aanstaande vrouw, roept uit: indien gij niet geploegd hadt met mijn kalf, of liever met mijne jonge koe, gij zoudt mijn raadsel niet hebben uitgevonden! De spreekwijze bevat beeldspraak, aan de Israëlietische manier van ploegen ontleend. Zooals bekend is, gebruikte men daarvoor niet als bij ons paarden, maar runderen, zoodat de uitdrukking eenvoudig beteekent: indien gij u niet van mijn werktuig, van mijne hulp bediend hadt, gij zoudt geene oplossing van mijn raadsel hebben gevonden.’ Zeeman, 317; Harrebomée I, 376 a; Ndl. Wdb. VII, 930; fr. labourer avec la génisse d'autrui; hd. mit fremdem Kalbe pflügen; eng. to plough with another man's heifer.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut