Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plenty - (in overvloed)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plenty [in overvloed] {plentie 1887} < engels plenty, middelengels plente, plentie < oudfrans plente < latijn plenitas [volheid, overvloed], van plenus [vol] (vgl. vol1).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

plenty bn. Ontleend aan het Engels.
= (meer dan) genoeg, volop, zat, voldoende.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plenty in overvloed 1887 [WNT plentie] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

plenty (← Eng.), informeel voor ‘veel’.

... de gevallen waarin leerlingen stiekem hun cursussen gaan raadplegen in plaats van zich te ontlasten zijn plenty. (Herman Brusselmans: Prachtige ogen, 1984)
Ik heb plenty ruilmateriaal voor jou. (Advertentie in Top 10, 1–15 december 1987)
Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

plenty (Engels plenty)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal