Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plengen - (uitgieten)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

plengen ww. ‘uitgieten’
Zuidoostmiddelnl. plengen ‘mengen’ (1477), Vroegnieuwnl. plengen ‘knoeien, storten, uitgieten; zuipen, plassen’ (1577), ook verplengen (1619). De betekenis ‘voor de goden als een offer uitgieten’ is vanaf de achttiende eeuw bekend. Een dialectische variant is plingen (ca. 1599). Daarnaast sporadisch planghen (1645).
Slechts weinig verwante woorden bekend: Middelnederduits plengen, plangen ‘mengen; ophitsen, ruzie stoken; bedriegen’, plenger ‘oproerkraaier, leugenaar’, Mnd. Mhd. plang, planc m. (gen. planges) ‘twist, tweedracht’. Voor het Nederlands moeten we uitgaan van een pejoratieve betekenisverandering van ‘mengen’ naar ‘knoeien, uitgieten’ en tenslotte de huidige, ceremoniële connotatie.
Een Germaanse etymologie ontbreekt. Er zijn maar weinig Germaanse erfwoorden die met pl- beginnen. Kandidaten zijn plegen en ploeg, maar met geen van beide is plengen ‘mengen’ te verbinden. Het merendeel van onze woorden met p- komt uit het Latijn of het Frans. Daarbij laat. plukken uit Latijn piluccare zien dat tussen de p en de l een klinker kan hebben gestaan. Een mogelijke kandidaat voor Mnd. plang is Oudfrans palange ‘hefboom, draagjuk om emmers te dragen’, dat uit een Latijnse vorm *palanga ‘stang, hefboom’ bij Klassiek Latijn phalanga ‘kaapstander, rol om schepen voort te schuiven’ stamt. Van een k-variant *palanca van datzelfde woord is, via Oudpicardisch planke, ons woord plank afkomstig. Indien in het Romaans ook van *palanga een gesyncopeerde variant *planga bestond, kan die in het Germaans als een a-stam *planga- ontleend zijn. We zouden dan de volgende veranderingen kunnen veronderstellen: *planga- ‘hefboom’ ontwikkelde zich overdrachtelijk tot ‘twist’, vanwaar Mnd. plang. Door toepassing van ‘stang’ als ‘roerspaan’ kon in het Germaans het ww. *plangjan- ‘roeren, mengen’ worden afgeleid, dat Ned. plengen oplevert.
Vanwege ontbrekend bewijs voor enkele aan te nemen tussenstappen, bijv. dat *planga- ooit ‘roerspaan’ betekende, valt deze oplossing in de categorie “bij gebrek aan beter”.
[Gepubliceerd op 30-04-2015 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plengen* [uitgieten] {1477 in de betekenis ‘mengen’} middelnederduits plengen [mengen]; etymologie onbekend, mogelijk klanknabootsend gevormd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

plengen ww. eerst nnl., maar vgl. mnd. plengen ‘mengen, roeren; liegen, bedriegenʼ. Het WNT vraagt twijfelend of het een klankwoord kan zijn, maar dat is voor een zo jong en vooral in de literaire taal levend woord niet waarschijnlijk. De semantische samenhang met mengen kan doen denken aan een kruising van dit woord met plassen (Heeroma Ts 66, 1949, 43-46). Intussen is de gevoelswaarde van dit woord blijkbaar groot geweest, hetgeen blijkt uit vormen als mnl. plansen en vormen als plangen en plengsen, zie ook: plenzen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

plengen ww., niet bij Kil. of mnl. Wel Teuth., mnd. plengen “mengen, roeren”, mnd. ook overdr. “strijd verwekken, bedriegen”. Oorsprong onzeker. Bijgeval een jonge vorm, onder invloed van mengen en woorden met pl-anlaut zooals plassen ontstaan?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

plengen o.w., oorspr. onbek.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plengen* uitgieten 1655 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut