Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

plafond - (zoldering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

plafond zn. ‘zoldering’
Vnnl. Fraaie prenten en desseynen dewelck tot het maecken van blaffons kunnen dienen ‘fraaie prenten en dessins die tot het maken van plafonds kunnen dienen’ [1695; WNT]; nnl. Het werken met Gips ... ter vercieringe van platfons ‘id.’ [1770; WNT], Stoot ik daar myn hoofd ook tegen 't plafon onzer Zaal? [1770; WNT], Eene groote doch niet lichte zaal, wier plafond met eene allegorische voorstelling van Zweden prijkt [1840; WNT], plafond “maximum van lonen, tarieven” [1952; Koenen].
Ontleend aan Frans plafond, eerder platfons ‘horizontaal vlak onder de verdiepingsvloer of het dak’ [1546; Rey], gevormd uit plat ‘vlak’, zie → plat 1, en fond ‘grond’, zie → fundament.
Het woord werd oorspronkelijk ook naar de uitspraak gespeld als plafon (vergelijk ook het verkleinwoord plafonnetje), met nevenvormen platfon en blaf(f)on. De 20e-eeuwse figuurlijke betekenis ‘maximum’ is mogelijk opnieuw ontleend aan het Frans [1926; Rey].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

plafond, plafon [zoldering] {1695} < frans plafond < platfond, van plat (vgl. plat1) + fond (vgl. fond).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

plefong (zn.) plafond; Nuinederlands blaffon <1695>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

plafon s.nw.
1. Bedekking wat dakbalke onsigbaar maak. 2. Hoogste vlak of peil wat bereik kan word.
Uit Ndl. plafond (1695 in bet. 1). Die slotklank word nie in Ndl. uitgespreek nie, en die woord word dikw. as plafon gespel, soos ook blyk uit die verkleinw. plafonnetjie.
Ndl. plafond uit Fr. plafond, met lg. uit platfond, 'n samestelling van plat 'plat' en fond 'grond'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

plafond (Frans plafond); (glazen --) (vert. van Engels glass ceiling)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

plafond ‘zoldering’ -> Indonesisch plafon ‘zoldering’; Balinees pelapon ‘zoldering’; Makassaars palapông ‘zoldering van planken of gevlochen bamboerepen (aangebracht in meer moderne Makassaarse woningen in navolging van Europese plafonds)’; Menadonees plafon ‘zoldering’; Papiaments plafòn, blafòn ‘zoldering’; Sranantongo plafon ‘zoldering’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

plafond zoldering 1695 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut