Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pisser - (scheldwoord)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

pisser: 1) (vaak voorafgegaan door flauwe) flauw of laf persoon.

Doe dan toch ook iets, flauwe pisser. (Herman Teirlinck, De vertraagde film, 1922)

2) (in Vlaanderen, soldatentaal) nieuwe recruut; groentje.

Omdat we ‘pissers’ – beginnelingen – waren, mochten we al meteen lange uren beginnen te kloppen, want de anciens waren die overuren al meer dan beu. (Humo, 11/06/1987)

3) (Bargoens) rooms-katholieke geestelijke. Wellicht omdat hij zijn lid voor slechts één ding gebruikte. Vermeld door Endt (1974).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut