Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pisbak - (bak waarin men urine of op schepen water loost)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

pisbak: prostituee. Associatie met openbare gelegenheid. In de jeugdtaal van eind vorige eeuw ook in de betekenis van ‘stinkerd’.

Hoer, stinkende hoer, schijthuis… schijthuis, want een hoer is een schijthuis of een pisbak, omdat iedereen d’r opgaat. (H. Hartog, Sjofelen, 1904)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pisbak ‘bak waarin men urine of op schepen water loost’ -> Deens pissebakke ‘bak waarin men urine of op schepen water loost’; Russisch pisbak ‘bak aan het dek om water te vangen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut