Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pirouette - (draai op één voet; draai van een paard op de achterpoten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pirouette zn. ‘draai op één voet; draai van een paard op de achterpoten’
Nnl. pirouette “rondzwaaijing, kringzwaai (in den rijd- en danskunst)” [1824; Weiland], ‘het ronddraaien op één voet of op de teenspitsen’ in een elegante, luchtige pirouette [1881; Groene Amsterdammer], het ballet ... de pirouette [1890; Groene Amsterdammer], ‘volte van een paard met de voorhand’ [1925; WNT].
Ontleend aan Frans pirouette ‘snelle rondwending; draai van een danser op één voet’ [1611; TLF], eerder al ‘kindermolentje’ en ‘draaipin, tol’ [beide 1451; TLF]. Dit is wrsch. een vervorming van pirouelle ‘soort tol’ [1364; TLF], dat gevormd is uit een wortel *pir- ‘pin, as, spil’ en rouelle ‘wieltje’ < Latijn rotella, verkleinwoord van rota ‘wiel’, zie → rotonde. De wortel *pir- verschijnt in Frans (dial.) pire ‘grote pin’, piron ‘soort spil, draaipunt’, piroc ‘knop, loot’, Italiaans pirolo ‘spil, as’; er zijn ook vormen die teruggaan op een variant *bir-, zoals Frans breloque ‘snuisterij’, emberlificoter ‘verstrikken, ingewikkeld maken’. Er is wrsch. geen verband met het Italiaanse werkwoord prillare ‘ronddraaien, o.a. als een bromtol’, een klanknabootsing die pas ca. 1830 geattesteerd is (DELI).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pirouette [draai] {1901-1925} < frans pirouette [draaitol] < italiaans piroetta, piroletta, verkleiningsvorm van pirulo [tol], van pirone [pin], verwant met grieks peirein [doorboren].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pirouette (Frans pirouette)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pirouette ‘draai’ -> Indonesisch piruét ‘draai’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pirouette draai 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut