Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pip - (parallelle inkomstenpremie)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

PIP (acron. van parallelle inkomenspremie), zie tweede citaat.

Met de opbrengst van de PIP moet een kabinet waaraan de PvdA deelneemt eenmalige projecten bekostigen die leiden tot opdrachten voor de particuliere sector. (De Volkskrant, 05/09/87)
Pip. Eénhonderste cent. De kleinst gehanteerde eenheid in de valutahandel. (Pieter Kort: Bisnisbabbel. 1996)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal