Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pink - (vaartuig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pink2 [vaartuig] {pinke 1477} etymologie onzeker.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pink 3 znw. m. ‘vissersschuitʼ, Kiliaen vermeldt de bet. ‘loodsbootʼ, ook mnd. pinke ‘een soort schipʼ. De herkomst is onzeker. — Het woord werd overgenomen > nhd. pinke, nde. pink, ne. pink (sedert 1471, vgl. Bense 282), maar ook > fra. pinque (na 1634 pinquet, Valkhoff 200), ital. pinco, spa. pinco, pingue en russ. pinkʼe (dit uit verkl. w.).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pink III (visschersschuit), mnl. pinke (v.?). = mnd. pinke v. “een soort schip”. Kil. vermeldt de bet. “navis speculatoria, lootsmansboot” als “Sax.”. Het ndl.-ndd. woord is vroeger bekend dan fr. pinque, it. pinco, spa. pinco, pingue en deze benevens nhd. pinke v., eng., de. pink komen uit het Ndl.-Ndd. Oorsprong onzeker; misschien met pink I verwant? Ofschoon een grondbet. “langwerpig voorwerp” voor beide mogelijk zou zijn, blijft deze hypothese fantasie.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pink 4 v. (vaartuig), + Hgd. pinke, Eng. pink, Fr. pinque, It., Sp. pinco: wellicht overdracht van pink 1; dan komen de Rom. vormen uit het Germ.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pink II [+]: outydse vissersvaartuig; Ndl. pink (Mnl. pinke) deur Rom. en Slaw. tale oorgeneem, maar herk. onseker; by vRieb pincken (mv.).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pink ‘vaartuig’ -> Engels † pink ‘vaartuig’;? Engels pinkie, pinky ‘vissersboot’; Duits Pink ‘vaartuig’; Deens pink ‘vaartuig’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans pinque ‘vaartuig’; Italiaans pinco ‘barbaars schip met drie masten en Latijnse zeilen’; Portugees † pinque ‘vissersboot’ ; Tsjechisch pinka ‘vaartuig’; Pools pinka ‘vaartuig’; Kroatisch pinka ‘zeilschip’; Russisch pínka ‘driemastig koopvaardijschip’; Amerikaans-Engels pinkie, pinky ‘kleine zeilboot met een spitse achtersteven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pink vaartuig 1477 [MNW] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut