Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pijnigen - (folteren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pijn zn. ‘smartelijk gevoel in het lichaam; verdriet’
Mnl. pine ‘zware inspanning’ in mit pine wart ic dar braht ‘met veel moeite werd ik daarheen gebracht’ [1201-25; VMNW], ‘straf, boete’ in sunder pine ‘ongestraft’ [1240; Bern.], der hellen pine ‘de straf van de hel’ [1265-70; VMNW], ‘pijn, smart’ in uan commeren ende pinen ... genas ‘genas van verdriet en pijn’ [1265-70; VMNW], ‘ellende’ in der werelt pine ‘de ellende van de wereld’ [1265-70; VMNW], ‘verdriet, leed’ in pine van minnen ‘liefdesverdriet’ [1270-90; VMNW], ‘kwelling’ in des twifels pijn ‘de kwelling van de twijfel’ [1350-1400; MNW-R]; vnnl. pijne ‘straf, lichamelijke smart, ellende, zware arbeid’ [1599; Kil.].
Ontlening als christelijke term aan Laatlatijn pena < klassiek Latijn poena ‘straf’, ontleend aan Grieks poinḗ ‘straf, boete’. Omdat straffen vaak lijfstraffen waren, ging het woord ‘lichamelijke smart’ betekenen.
Grieks poinḗ is verwant met: Avestisch kaēnā ‘straf, wraak’; Litouws káina ‘prijs, waarde’; Oudkerkslavisch cěna ‘id.’ (Russisch cená); < pie. *kwoi-nā (IEW 637), afleiding van de wortel *kwei- ‘straffen’ (LIV 379), waarbij o.a.: Grieks tínein ‘betalen’, tīmḗ ‘prijs, waarde’; Sanskrit cáyatē ‘wreekt, straft’.
pijnigen ‘folteren, kwellen’. Mnl. pinen ‘folteren’ [1349; Stall. III], pinigen, pinighen ‘straffen’ in pinighen ende ontfermen ‘straffen en barmhartig zijn’ [1409; MNW-P], ‘kwellen’ in ghepinicht mit quaden ghedachten ‘gekweld door boze gedachten’ [1430-50; MNW-P], ‘pijn doen, folteren’ in ghepinighet mit slaghen ‘gepijnigd met slagen’ [1450-70; MNW-R]; vnnl. pijnigen ‘kwellen’ in de vrees ... pijnigt hen [1566; WNT]. Afleiding van pijn, aanvankelijk met de infinitiefuitgang -en, later vervangen door het achtervoegsel → -igen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pijnigen [folteren] {pinigen [straffen, pijnigen] 1434-1436} middelnederduits, middelhoogduits pinigen, oudfrans pinigia; gevormd van pijn zonder dat een woord pijnig bestond, evenals huldigen; daarnaast bestond de oudere vorm middelnederlands, middelnederduits pinen, oudhoogduits p(f)inon, oudengels pinian, oudnoors pína < middeleeuws latijn penare [pijnigen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pijnigen ww. mnl. pînighen ‘straffen, pijnigen’, mnd. pīnigen, mhd. pīnigen (nhd. peinigen), ofri. pīnigia, een jongere afl. vorm van pijn, evenals in eindigen, huldigen, verzadigen, zonder dat er een bnw. op -ig naast stond. De oudere vorm is mnl. pînen, mnd. pīnen, ohd. pīnōn, pfīnōn, oe. pīnian (ne. pine), on. pīna, ten dele uit mlat. pēnāre ‘straffen’, ten dele als afl. bij pijn.

Indien men mag afgaan op de ohd. vorm pfīnōn zou het ww. nog eerder ontleend zijn dan het znw.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pijnigen ww., mnl. pînighen “straffen, pijnigen”. = mhd. (vooral md.) pînigen (nhd. peinigen), mnd. pînigen, ofri. pînigia “id.”. Jongere vorm (vgl. eindigen) naast mnl. pînen, ohd. pînôn, pfînôn, mnd. pînen, ags. pînian (eng. to pine), on. pîna “id.” uit mlat. pênâre “straffen”. En blijkens de grootere verbreidheid èn blijkens den ohd. vorm met pf is dit woord vroeger ontleend dan zijn grondwoord pêna (zie pijn I).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pijnigen ‘folteren’ -> Negerhollands pien, pienig ‘folteren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pijnigen folteren 1434-1436 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut