Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pijnboom - (naaldboom, den (geslacht Pinus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pijnboom zn. ‘naaldboom, den (geslacht Pinus)’
Mnl. pinbom ‘naaldboom’ [1240; Bern.], sap van pijnbome [1287; VMNW], pinus is een pijnboom ende hy zweet pec [1485; MNW].
Samenstelling met een verduidelijkend tweede lid → boom bij mnl. pijn ‘naaldboom, den’, dat ontleend is, mogelijk via Frans pin, aan Latijn pīnus ‘den’. Als simplex kwam mnl. pijn ‘naaldboom’ weinig voor, wrsch. door de homonymie met → pijn ‘smart’.
Latijn pīnus ‘den’ uit ouder *pitnus, waarbij ook de afleiding pītuīta ‘slijm, slijmerige afscheiding’ (zie → pips), is verwant met: Grieks pítus ‘den’, Albanees pishë ‘den, dennenbos’, beide met korte i. Deze woorden zijn wrsch. van voor-Indo-Europese herkomst. Verwantschap met Sanskrit pī́tu-dāru- ‘boomsoort’ (misschien ‘spar’) is onzeker, aangezien daar ook nevenvormen met pūtu-, pautu- van bestaan (Schrijver 1991: 231).
pijnappel ‘dennenappel’. Mnl. pijnappel ‘dennenappel’ in pijnapple die sijn goet [1287; VMNW]; vnnl. pijnappel ‘dennenappel’ [1599; Kil.]. Samenstelling van verouderd pijn ‘naaldboom’ en → appel 1 ‘vrucht’. Verwarrend is Engels pineapple, vroeger ‘dennenappel’, maar vanaf de 17e eeuw ‘ananas’, zo genoemd omdat een ananas een beetje lijkt op een grote dennenappel; een dennenappel is sedert de 17e eeuw pine cone. ♦ pijnpit ‘eetbaar pitje van pijnappel’. Nnl. pijnpit ‘eetbare pit van de pijnappel’ [1992; Van Dale], ... de gesnipperde ui glazig bakken met olijfolie. De pijnpitten hierbij lichtbruin laten worden [1993; Trouw]. Recente samenstelling, waarbij het verouderde woord pijn ‘naaldboom’ werd gebruikt o.i.v. het Franse (pignon de) pin (het gebruik van pijnpitten komt uit de Franse culinaire traditie) met → pit 1 ‘korrel’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pijnboom [naaldboom] {pinbom 1201-1250, ook pijn 1401-1450} het eerste lid < frans pin [den] < latijn pinus [pijnboom, spar] (vgl. pinas1, 2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pijn 2 znw. m. ‘pijnboom’, mnl. pijn v., vooral in samenst. als pijnboom, pijnappel evenals ohd. pīnboum, oe. pīnbēam (ne. pinetree) < lat. pīnus ‘pijnboom’. — Deze ontlening zal in het Nederrijnse gebied hebben plaatsgehad uit Noord-Gallië.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pijn II znw., gew. pijnboom, mnl. pijn v., veel meer in de samenstellingen pijnappel, pijnboom m. = ohd. ags. pîn- in ohd. pînboum, ags. pînbêam m. “pijnboom” e.a. samenstt. (eng. pine-tree). Ontl. uit lat. pînus “pijnboom”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pijn 1 m. (boom), Mnl. pijn(boom), gelijk Eng. pine en Fr. pin, uit Lat. pinum (-us, d.i. *pic-nus), van denz. wortel als pix = pik 1 (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pyn II: denne-/pynboom (spp. Pinus, fam. Coniferae/Pinaceae/Taxodiaceae); Ndl. pijn (Mnl. pijn), Eng. pine(tree) via Ofr. en Fr. pin uit Lat. pinus, “pyn-/denneboom”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pijnboom (van Latijn pinus)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pijnboom naaldboom 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut