Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pijlkruid - (Sagittaria sagittifolia)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

Pijl’kruidfamilie (de), Waterweegbreefamilie, een bepaalde plantenfamilie (Alismataceae). - Etym.: Genoemd naar pijlkruid (Sagittaria-soorten).

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

pijlkruid
Sagittaria sagittifolia L.

Deze in het water levende plant bezit bladeren met een lange bladsteel die eindigt op een bladschijf die de vorm heeft van een scherpe pijlpunt, vandaar Pijlkruid.

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Pijlkruid, Sagittaria sagittifolia
Sagittaria: sagitta = pijl, slaat op de vorm van het blad dat veel overeenkomst vertoont met het voorste deel van een pijl.
Sagittifolia: de soortnaam beklemtoont dit nog eens, want deze betekent pijlbladig.
Pijlkruid: de plant heeft pijlvormige bladeren vandaar haar Nederlandse naam.

H. Kleijn (1970), Planten en hun naam: Een botanisch lexicon voor de Lage Landen, Amsterdam

Sagittária | Sagittária sagittifólia: Pijlkruid
De naam Sagittária: pijlvormig (sagitta is pijl), is gegeven naar de vorm van het blad dat veel overeenkomst vertoont met het voorste deel van een pijl. De Romeinen kenden de plant reeds als sagitta. De soortnaam sagittifolia beklemtoont dit nog eens, want deze beduidt pijlbladig. Behalve het veel voorkomende Pijlkruid komen ook namen voor als Pijlblad, Pijlbloem, Pilekrûd en Pijlkekrûd.
Het gevorkte blad, als van een zwaluwstaart, gaf aanleiding tot de benaming Zwaluwkruid. De vorm van de bladeren heeft ook namen doen ontstaan als Ezelsoren in de Hoekse Waard, en Haasoren op Voorne en Beierland. Dodonaeus schrijft over Serpentstongen en vergelijkt het blad met de tong van adders of slangen, en in Groningen spreekt men van Adderkruid. Juister dan de Groningse volksnaam is dan ook die van Slangetong uit het nabije oostelijke Drente. In Noord-Overijsel spreekt men van Tongen zonder meer. De driehoekige, pijlvormige, diep ingesneden bladeren werden door de Groningers en Noordlimburgers met de kop met kieuwen van een snoek vergeleken, en zo ontstond Snoekeblad; de Friezen spraken van Snoekeblèd. Voor de Hoekse Waard geeft Heukels op Ploegen; deze naam is waarschijnlijk ontstaan omdat men het blad met een ouderwetse ploeg vergeleek.
In de volksgeneeskunst of in de folklore heeft de plant geen rol gespeeld. Maar op het volgende willen we wel de aandacht vestigen, zonder echter voorlopig een verklaring te kunnen geven. In de kathedraal te Reims zijn vele gebeeldhouwde planten aan te treffen. In het middenschip (westwand) vindt men een drietal figuren gebeeldhouwd, namelijk Johannes de Doper, geflankeerd door twee profeten. Boven Johannes de Doper herkent men het blad van de Waterlelie, boven die van de rechtsgeplaatste figuur eikebladeren, terwijl boven de linkse profeet de bladeren van het Pijlkruid duidelijk zijn waar te nemen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut