Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pierement - (groot straatorgel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pierement zn. (NN) ‘groot straatorgel’
Nnl. pierement “speeltuig in den uitgebreidsten zin” [1890; WNT], ‘groot draaiorgel’ in Dat zachte mee-wiegen van haar heupen als ze bij een pierement stond [1912; WNT].
Gevormd met het achtervoegsel → -ment van Bargoens pieren ‘spelen’ [ca. 1860; Moormann], ‘muziekmaken’ [1922; Moormann], pierelen ‘muziekmaken’ [1916; Moormann]. Deze woorden gaan terug op vnnl. pieren ‘laten horen’ in Wyl Pan ... een deuntjen pierden op zyn Fluytjen [1687; WNT pieren V], ‘spreken, van zich doen horen’ in die venten ... pierden daar weêr Complimenten [1687; WNT pieren V]; dit is wrsch. hetzelfde woord als ‘zwieren, zweven’ in sy komen pieren aen ‘zij (vogels) komen aanzwieren’ [1653; WNT pieren II], een verkorting van → pierewaaien ‘aan de zwier zijn’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pierement [straatorgel] {1890} met het rom. achtervoegsel -ment, van pieren [spelen, muziek maken], ook rotwelsch < zigeunertaal perjas [vrolijkheid].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pierement znw. o. ‘groot straatorgel’ uit het bargoens overgenomen. Volgens WNT zou het afgeleid zijn van een ww. pieren, hetzij in de bet. ‘pleizier maken’, of ‘muziek maken’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

pierement [draaiorgel] (1890). Andere landen kennen ook draaiorgels, maar het grote straatdraaiorgel is typisch voor Nederland en heeft ook een eigen Nederlandse naam: pierement. De draaiorgelcultuur ontstond in Amsterdam toen de blinde Belg Leon Warnies in 1875 als eerste een draaiorgelverhuurbedrijf startte. Zijn familie zette de traditie voort. De naam pierement is oorspronkelijk een volkstaalwoord dat is aangetroffen in verzamelingen met Bargoense woorden, het eerst in een uit 1890. Het woord is met het achtervoegsel -ment afgeleid van het werkwoord pieren dat ‘spelen, muziek maken’ betekent.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pierement mechanisch orgel 1890 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut