Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pessimisme - (zwaartillendheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pessimisme zn. ‘zwaartillendheid’
Nnl. pessimismus [1847; Kramers], pessimisme ‘zwaartillendheid’ [1869; WNT zwaartillend], door het donkere glas van hun pessimisme [1873; Vad.lett., 194].
Ontleend aan Duits Pessimismus of Frans pessimisme ‘wijsgerig stelsel, geloof in het slechtste’ [1819; TLF], eerder al ‘neiging alles negatief te zien’ [1759; TLF]; het Franse woord is als tegenhanger van optimisme, zie → optimisme, gevormd uit Latijn pessimus ‘slechtst(e)’ met het achtervoegsel -isme, zie → -isme. Eerder was al ontleend pessimist, zie hieronder.
Latijn pessimus ‘slechtst’ diende als de overtreffende trap van malus. Het is net als de vergrotende trap pēior ‘slechter’ afgeleid van de wortel ped- < pie. *ped- ‘vallen, zakken’ (LIV 458). Zie ook → voet.
pessimist zn. ‘zwaartillend persoon’. Nnl. een ellendig pessimist [1837; WNT pessimisme], de zwartgallige mening ... van den pessimist [1865; WNT zwartgallig]. Ontleend aan Frans pessimiste, gevormd naast pessimisme met het achtervoegsel -iste, zie → -ist.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pessimisme [neiging alles negatief te zien] {1870} < frans pessimisme, gevormd van latijn pessimus [zeer slecht] + -isme.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

pessimis s.nw.
Persoon wat van nature die slegste verwag of sien.
Uit Ndl. pessimist (1864).
Ndl. pessimist uit Fr. pessimiste, met lg. 'n afleiding met -iste van Latyn pessimus 'baie sleg, die slegste'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pessimisme ‘neiging alles negatief te zien’ -> Indonesisch pésimisme ‘neiging alles negatief te zien’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pessimisme neiging alles negatief te zien 1870 [Picarta: titel van W. Scheffer] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut