Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

perspectief - (diepte in vlakke weergave, vooruitzicht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

perspectief zn. ‘diepte in vlakke weergave, vooruitzicht’
Vnnl. die conste optica ofte perspectiva ‘de kunst van het doorzicht ofwel perspectief’ [1566; WNT], een Bethleem in syn perspective ‘een Bethlehem in perspectief’ [1598; WNT trein I], perspectijfsghewijs ‘als bij een perspectivische voorstelling’ [1621; WNT], Dat Perspectief toont wel ‘dat perspectief ziet er goed uit’ [1674; WNT poppegoed]; nnl. Prettig perspectief ‘prettig vooruitzicht’ [1889; WNT].
Ontleend, deels via Frans perspective ‘leer van de lichtbreking’ [eind 13e eeuw; TLF] en ‘kunst van het weergeven in perspectief’ [1547; TLF], aan middeleeuws Latijn perspectiva ‘optica, leer van de lichtbreking’, de zelfstandig gebruikte vrouwelijke vorm van het bn. perspectivus ‘in verband met de optica’, gevormd uit per- ‘door ... heen’, zie → per, en specere ‘zien, bekijken’, verwant met → spieden.
Frans perspective ging ‘weergave in perspectief’ betekenen onder invloed van Italiaans prospettiva ‘perspectief bij het weergeven van objecten’ [1304-08; DELI], het uitvloeisel van een theorie die de beeldende kunst in de renaissance sterk beïnvloedde.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

perspectief [doorzichtkunde] {perspective 1599, perspectief 1776} < frans perspectif [idem] < middeleeuws latijn perspectivus [optisch, opticien], van perspicere (verl. deelw. perspectum) [doorheen zien], van per [door] + spicere, specere [zien, kijken].

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Perspectief (< Lat. perspicere = door heen zien). Subst. projectiemethode, die de lichamen tracht af te beelden, zoals ze gezien worden. Bij Simon Stevin (1548–1620) Doorzichtkunde genaamd. Adj. Twee figuren heten perspectief (eig. perspectivisch gelegen), wanneer ze in → perspectivische ligging verkeren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

perspectief ‘doorzichtkunde, vergezicht’ -> Indonesisch préspéktif, pérspektif ‘doorzichtkunde, vergezicht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

perspectief doorzichtkunde 1599 [Kil.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut