Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

permanent - (blijvend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

permanent bn. ‘blijvend’
Nnl. permanent ‘blijvend’ in een permanent peyl ‘een vast (water)niveau’ [1652; WNT].
Ontleend via Frans permanent ‘blijvend’ [1370-72; TLF] aan Latijn permanēns (genitief -entis) ‘id.’, het teg.deelw. van permanēre ‘voortdurend blijven’, gevormd uit per- ‘door’, zie → per, en manēre ‘blijven’.
Latijn manēre is wrsch. verwant met: Grieks menein ‘blijven’; Armeens mnam ‘ik blijf’; Hittitisch mimmai ‘afwijzen’; bij de wortel pie. *men- ‘blijven, wachten’ (LIV 437).
permanent zn. ‘kunstmatig aangebracht golvend kapsel’. Nnl. permanent hair-wave (in een advertentie van een kapsalon) [1920; Vaderland], een machine voor de permanent hairwave [1923; Vaderland], een permanent wave kost ... [1924; Vaderland], dan als simplex in de ... moeizaam in vette golven gedwongen permanent [1951; WNT Aanv.]. Verkorting van permanent (hair)wave, dat als samenstelling werd ontleend aan Amerikaans-Engels permanent wave ‘kapsel met kunstmatige krullen en golven’ [1906; OED3], letterlijk ‘blijvende golving’, waarin het bn. permanent dezelfde oorsprong heeft als het Nederlandse permanent. Ook in het Amerikaans-Engels bestaat de verkorting permanent (zn.) [1926; OED], maar in het Brits-Engels is de verkorte vorm perm [1927; OED3] gebruikelijker. ♦ permanenten ww. ‘een permanent aanbrengen’. Nnl. permanenten ‘id.’ [1930; Groene Amsterdammer], afgeleid van het zn. permanent.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

permanent [blijvend] {1652} < frans permanent < latijn permanentem, 4e nv. van permanens, teg. deelw. van permanēre [voortdurend blijven], van per [door … heen, tijdens] + manēre [blijven].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

perm s.nw., ww. (geselstaal)
Metode om 'n mens se hare te kartel, of 'n karteling in 'n mens se hare sit.
Uit Eng. perm (1927 as s.nw., 1928 as ww.).
Eng. perm is 'n verkorting van permanent, wat 'n verkorting is van permanent wave. Die metode word so genoem omdat die karteling vir 'n baie lang ruk hou, en dus meer permanent is.

permanent b.nw.
Nie tydelik nie, duursaam.
Uit Ndl. permanent (1652).
Ndl. permanent uit Fr. permanent.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

permanent (Frans permanent)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Permanent (Lat. pérmanens, gen. -éntis = part. praes. v. permanére = voortdurend blijven, uithouden; < → per- (2), + manére = blijven). Permanente gassen waren die, welke (omstr. 1870) zelfs niet bij de laagste bereikte temperaturen vloeibaar werden, zodat men meende dat ze altijd gasvormig zouden blijven.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

permanent ‘blijvend; in het haar aangebrachte golven’ -> Indonesisch pérmanén ‘blijvend; in het haar aangebrachte golven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

permanent blijvend 1652 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal