Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pensionaris - (stads- of landsadvocaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pensionaris zn. ‘stads- of landsadvocaat’
Mnl. pensionaris ‘iemand die een lijfrente heft of trekt’ in summa van dat de penseners heffen (mv.) ‘som van wat de lijfrentebeheerders heffen’ [1377; MNW pensenaer], ‘stadsadvocaat’ in met eenen pensionnaris van der vors. stede ‘met een stadsadvocaat van de voornoemde stad’ [1391; MNW]; vnnl. Raedt ende Pensionaris der voorsz. Stede ‘raadspensionaris van de voornoemde stad’ [1595; WNT raadpensionaris], Raedt ende Pensionaris ... van Zeelandt ‘raadspensionaris van Zeeland’ [1599; WNT raadpensionaris], pensionaris van 't land ‘raadspensionaris, landsadvocaat’ [1658; WNT].
Ontleend aan middeleeuws Latijn pensionarius ‘iemand die betaald wordt door een vorst of de staat’, afgeleid van pensio ‘(af)weging, (uit)betaling’, bij het ww. pendere ‘wegen’, zie → pensioen.
Bekleders van bepaalde ambten die door steden betaald werden, werden wrsch. naar Frans voorbeeld (pensionnaire [1323; Rey]) pensenaer of pensionari(j)s genoemd. Van de 16e tot en met de 18e eeuw werd de Nederlandse landsadvocaat, de belangrijkste adviseur (en eigenlijk de hoogste bestuurder) van het land, raadspensionaris genoemd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pensionaris [stadsadvocaat] {pensionarijs [rechtsgeleerd ambtenaar] 1391} < middeleeuws latijn pensionarius [hij die een jaarlijks inkomen van de vorst of uit de schatkist ontvangt], van pensio (2e nv. pensionis) [betaling(stermijn)] (vgl. pensioen).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pensionaris ‘stadsadvocaat’ -> Engels pensionary ‘stadsadvocaat’; Tsjechisch penzionář ‘stadsadvocaat’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pensionaris stadsadvocaat 1391 [MNW] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut