Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pensioen - (oudedagsvoorziening)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pensioen zn. ‘oudedagsvoorziening’
Mnl. pensioene ‘bezoldiging, jaarwedde’ in tvierde van haren pensioene ‘een kwart van hun jaarsalaris’ [1391; MNW], uutgheven van den ghelde ten pensioene ‘uitbetaling van geld ten behoeve van een lijfrente’ [1413; MNW]; vnnl. pensioen ‘jaargeld voor weduwen’ [1689; WNT]; nnl. pensioen ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ [1716; WNT], ‘pensioneringstijdstip’ in tot aan het pensioen toe [1908; WNT].
Ontleend aan Oudfrans pension ‘jaarlijkse betaling’ [1316; Rey], eerder ‘betaling, beloning’ [14e eeuw; Rey], ouder pensiun ‘id.’ [1216; Rey], dat ontleend is aan Latijn pensio (genitief -ionis) ‘(af)weging, (uit)betaling’, afgeleid van pendere ‘wegen’, specifiek ‘geld afwegen’, zie → pendant.
De huidige betekenis ‘oudedagsvoorziening’ is wrsch. ontleend aan Frans pension de retraite ‘ouderdomspensioen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pensioen [uitkering] {pensioen [lijfrente, bezoldiging] 1391} < frans pension [jaargeld] < latijn pensionem, 4e nv. van pensio [(af)betaling, betalingstermijn, huishuur], van pendere (verl. deelw. pensum) [wegen, afwegen, uitbetalen] (vgl. pensum) → pensie.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

pensioen

De vraag of de woorden pensioen en pension iets met elkaar te maken hebben, moet bevestigend beantwoord worden. Wij gaan uit van het Latijnse werkwoord pendere, dat: wegen en vandaar: betalen betekent. Het daarbij behorende pensio: betaling is driemaal via het Frans in het Nederlands overgenomen. In het Middelnederlands bestond het woord pensie in de betekenis: uitkering, rente, salaris. Daarna is het in de zestiende eeuw opnieuw overgenomen in de vorm pensioen. Aanvankelijk betekende pensioen ook: salaris, jaargeld; pas in later tijd ontstond de huidige betekenis: jaargeld bij het neerleggen van ambt of betrekking.

In de negentiende eeuw nam men voor de derde maal het woord over, thans in de vorm pension dat de Franse uitspraak heeft behouden. Men verstaat er onder: kostgeld en ook: huis waar kamers met kost en inwoning worden verhuurd.

Verwante woorden zijn: pensionaris en pensionnaire, het laatste in de betekenis: kostganger.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pensioen znw. o., later-mnl. pensioen ‘lijfrente, bezoldiging’ < ofra. pension ‘salaris, pensioen’ < lat. pensione (pensio) ‘uitbetaling’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pensioen znw. o., later-mnl. pensioen o. “lijfrente, bezoldiging”. Uit fr. pension (< lat. pensio), waaruit veel later laat-nnl. pension znw. o. Ook elders ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pensioen o., uit Fr. pension, van Lat. pensionem (-io) = betaling, van pendere: z. peinzen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pensioen s.nw.
1. Gereelde uitbetaling aan 'n werknemer na aftrede uit 'n fonds waartoe hy gereeld bygedra het. 2. Gereelde uitbetaling aan hulpbehoewendes en ongeskiktes uit die Staatskas.
In bet. 1 uit Ndl. pensioen (1716). In bet. 2 uit Eng. pension (1500 - 1520). Die Mnl. bet. was 'lewenslange jaargeld betaalbaar in ruil vir 'n geldsom of afstand van regte', ook 'besoldiging'.
Ndl. pensioen uit Fr. pension 'jaargeld'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pensioen: jaargeld na uitdienstreding; Ndl. pensioen (Mnl. pencioen/pensioen), Hd. en Eng. pension, via Fr. pension uit Lat. pensio (gen. pensionis), “afweging; betaling” (afl. v. pendere of v. pensāre, albei “weeg”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pensioen (Frans pension)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pensioen ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ -> Noord-Sotho phenšene ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana phênšênê ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa penshini ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe pensheni ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho phenshene ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch pansiun, pénsiun ‘uitkering na volbrachte diensttijd; met pensioen gaan’; Ambons-Maleis pènsiun ‘pensioen, bijstand’; Atjehnees pansiōn ‘uitkering na volbrachte diensttijd’; Jakartaans-Maleis pangsiun, pengsiun, pensiun ‘uitkering na volbrachte diensttijd’; Javaans pansiyun, pangsiyun, pènsiyun ‘uitkering na volbrachte diensttijd’; Kupang-Maleis pènsiun ‘pensioen, bijstand’; Madoerees pansiyun, pangsiyun ‘uitkering na volbrachte diensttijd’; Makassaars pansîung ‘uitkering na volbrachte diensttijd’; Menadonees pènsiun ‘pensioen, bijstand’; Minangkabaus pansiun, pensiun ‘uitkering na volbrachte diensttijd’; Muna pansio ‘met pensioen gaan’; Ternataans-Maleis pènsiun ‘pensioen, bijstand’; Papiaments pinshon, penshun ‘uitkering na volbrachte diensttijd’ (uit Nederlands of Spaans); Sranantongo pensyun ‘uitkering na volbrachte diensttijd’; Surinaams-Javaans pangsiyun ‘uitkering na volbrachte diensttijd’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pensioen uitkering na volbrachte diensttijd 1716 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut