Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pels - (vacht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pels zn. ‘vacht’
Mnl. pels, pelse ‘kledingstuk van bont’ in pelcen tedraghen ‘bontmantels te dragen’ [1236; VMNW], ‘vacht’ in en gordel van enen pelse om sine linden ‘een gordel van dierenvacht om zijn lendenen’ [1291-1300; VMNW]; vnnl. pels ‘bewerkte dierenhuid’ [1573; WNT], ‘kledingstuk van bont’ in pels of pelssenkleedt [1573; WNT], ‘vacht van een dier’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Laatlatijn pellicia ‘pels, kledingstuk van bont’, een afleiding van klassiek Latijn pellis ‘huid, vel, pels’, verwant met → vel, en zie ook → pellen ‘schillen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pels [vacht] {pels(e), pelts 1201-1250} < middeleeuws latijn pelicia, pelicium (vgl. pellies).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pels znw. m., mnl. pels m., pelse v. ‘behaarde dierenhuid, pelskleed’, evenals mnd. pels, peltz, ohd. pelliz (nhd. pelz), sedert de 10de eeuw < mlat-rom. pellicia (vestis), afgeleid van lat. pellis ‘huid’; daaruit ook ital. pelliccia, fra. pelisse. Uit dit woord ook oe. pilece, pylece (ne. pilch), terwijl on. pilz ‘wollenhemd’ < mnd. pils.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pels znw., mnl. pels m., pelse v. “behaarde dierenhuid, pelskleed”. Gaat evenals ohd. (l0. eeuw) pellī̆ʒ (mhd. belliʒ, belz, pelz, nhd. pelz) m., mnd. pels, peltz m. “id.” terug op lat.-rom. pellicia (fr. pelisse), een afl. van lat. pellis “huid”. Blijkens de assibilatie van de c heeft de ontleening nergens vóór ± 600 plaats gehad: vgl. kruis. Denzelfden oorsprong heeft ags. pilece, pylece v. “pelskleed” (eng. pilch). Misschien ook on. pilz o. “een soort buis”?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pels m., Mnl. pels, pelse, gelijk Hgd. pelz en Fr. pelisse, uit Lat. pelliceam (-ea), zelfst. gebr. vr. adj. van pellis = vel (z. vel).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

pèls (zn.) pels, vacht; Vreugmiddelnederlands pels <1236> < Latien pellicia.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pels s.nw.
1. Vel met welige hare van sommige diere. 2. Jas van 'n pels (pels 1) gemaak.
Uit Ndl. pels (al Mnl.).
Ndl. pels uit Latyn pellicia, 'n afleiding van pellis 'vel'.
D. Pelz, Eng. pilch 'bababroekie', Fr. pelisse.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pels: dierevel; kledingstukke v. dierevel gemaak; Ndl. pels (Mnl. pels(e)), Hd. pelz, Eng. pilch, via Fr. pelisse uit Lat. pellicia (uit pellis, “vel”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pels (Latijn pellicia)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

pels. In De Gehoornde Duvel met Bokspoten [1704] komt de bastaardvloek bij gans pels met mouwen voor. Men zwoer om zijn woorden kracht bij te zetten niet alleen bij de ledematen van Christus, maar ook bij alles wat hij droeg.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Pellen, van pel = huid, vel, van ’t Lat. pellis = vel; pellen wil dus zeggen: de huid wegnemen. Verwant is pels.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pels ‘vacht’ -> Deens pels ‘vacht’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors pels ‘vacht’ (uit Nederlands of Nederduits); Indonesisch péls ‘bontjas’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pels vacht 1240 [Bern.] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut