Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pellen - (ontbolsteren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pellen ww. ‘van de schil ontdoen’
Mnl. pellen ‘van schil, dop, bast enz. ontdoen’ in amandelen ... die gepelt zijn [1351; MNW], gepelde bonen [1351; MNW-P], ook de vorm pelen ‘uit de schil halen, van de schil ontdoen’ in ende pelet ute also voort dat gijt al geheel uut doet ‘en pel hem (de klier) verder zo uit dat u hem volledig verwijdert’ [1351; MNW-P], von der kronen pelen das golt ‘het goud van de kroon pellen’ [voor 1475; MNW pelen]; vnnl. pellen ‘van schil, dop enz. ontdoen’ in pellen ‘schillen’ [1573; Thes.], pellen het ey ‘het ei doppen’ [1599; Kil.]; nnl. pellen ‘van schil, bast enz. ontdoen’ in als gij ... garnalen pelt [1844; WNT garnaal].
Heel waarschijnlijk afgeleid van mnl. pelle ‘huid, schil’, dat, misschien via Oudfrans pel ‘huid’ (Nieuwfrans peau), ontleend is aan Latijn pellis ‘huid, vel, pels’, verwant met → vel, en zie ook → pels ‘vacht’. Een geringere mogelijkheid is ontlening aan Frans peler ‘van de schil ontdoen’ en ‘van haren ontdoen’ [beide ca. 1100; TLF]; in Frans peler lopen wrsch. twee woorden door elkaar: een afleiding van Oudfrans pel ‘schil, huid’ (zie hiervoor) en een ww. dat ontwikkeld is uit Latijn pilāre ‘ontdoen van haren’, een afleiding van pilus ‘haar’, zie → pool 2.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pellen2 [ontbolsteren] {1351} van middelnederlands pelle [vlies] < latijn pellis [huid].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pellen 2 ww., mnl. pellen (zelden) is een afl. van pel.

Daarentegen is mnl. pēlen ‘pellen, ontschorsen, pulken’ (zelden), vgl. vla. pēlen ‘pellen, schillen’ < fra. peler ‘van haren ontdoen, schillen’ < lat. pilare ‘ontharen’. — Het woord pellen komt ook voor ten Oosten van de Elbe, waarheen het door nl. kolonisten overgebracht werd, vgl. Teuchert Sprachreste 222-3.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pellen II ww., mnl. (zeldzaam) pellen. Afl. van mnl. pelle v. “vlies” (nog zuid-ndl.), een ontl. uit lat. pellis “huid”. Hiernaast mnl. (zeldzaam) pēlen “pellen, ontschorsen, pulken” (nog vla. pelen “pellen, schillen”, waarnaast in sommige vla. streken peel, pele voor pelle “vlies (om vruchten)” is opgekomen) uit fr. peler “van haren ontdoen, schillen” (< lat. pilâre, in de tweede bet. wellicht door lat. pellis beïnvloed). Hieruit of uit ’t lat. grondwoord ook meng. peolien, pilien (eng. to pill) “plukken, pellen”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

pellen II ww. Bij mnl. pelle adde: ndd. pelle, rijnl. pel. Dit znw. is wsch. een oude ontlening uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. Vgl. Frings Germ. Rom. 180.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pellen 1 o.w. (schillen), denomin. van Ndl. pel 1, gelijk Fr. peler van Fr. pel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1pel ww. (ongewoon)
Iets, bv. erte, uitdop.
Uit Ndl. pellen (al Mnl.).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Pellen, van pel = huid, vel, van ’t Lat. pellis = vel; pellen wil dus zeggen: de huid wegnemen. Verwant is pels.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pellen ‘ontbolsteren’ -> Duits dialect pellen ‘ontbolsteren’; Deens pille ‘ontbolsteren, peuteren’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors pille, pelle ‘ontbolsteren, plukken, peuteren’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds pilla ‘peuteren, priegelen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pellen ontbolsteren 1351 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut