Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

peauter - (legering van lood en tin)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

peauter [legering van lood en tin] {1599, naast speauter 1351-1400} nederduits spialter [tin] < oudfrans peltre, peautre (frans piautre), ook espeautre, middeleeuws latijn peautrum, peltrum [tin]; uit welke taal het woord stamt is niet achterhaald.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

peauter znw. o. ‘legering van lood en tin’ < ofra. piautre (waaruit ook ne. pewter en nijsl. pjatur ‘blik’) is ontstaan uit vulg. lat. *piltrum, dat uit een vóóridg. taal (etruskisch of mediterraan?) zal stammen (vgl. H. M. Flasdieck, Zinn und Zink 1952, 17-71).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

piauter o., gelijk Eng. pewter uit Ofra. peautre, dat met Sp. peltre, uit It. peltre, uit het Kelt. (Ier. en Schot.) péatar.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

piouter: bep. soort allooi; Ndl. piauter/peauter (so reeds by Kil), Eng. pewter, uit Ofr. peau(l)tre/pialtre, It. peltro, Sp. peltre, herk. hoërop onbek., maar hou op ’n tot nog toe onvoldoende verkl. wyse verb. m. vorme m. anl. s- soos: Ofr. espiautre/espeautre, Hd. spiauter, Pd. spialter en Eng. spelter.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal