Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pc - (personal computer)

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pc (Engels PC = personal computer)
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

personal computer (pc) [huiscomputer] (1981). In 1981 brengt IT-bedrijf IBM de eerste personal computer op de markt: een kleine computer voor eigen gebruik. Tot die tijd worden computers, doorgaans grote en dure apparaten, bijna alleen door bedrijven gebruikt. De pc verovert vrij snel zowel de persoonlijke als de zakelijke markt en verandert de werkverdeling in de wereld grondig. Een groot aantal leenwoorden, vrijwel allemaal uit het Engels, zijn aan de pc te danken, zoals chip, deleten, formatteren, hacker, hardware, laptop, microprocessor, printer, resetten, server, software, systeemanalist, updaten, whizzkid. Een deel van de computerterminologie wordt na een tijdje vernederlandst, denk aan beeldscherm, dat monitor vervangen heeft, besturingssysteem voor operating system, harde schijf voor hard disk, muis voor mouse, tekstverwerker voor wordprocessor, toetsenbord voor keyboard en uitdraai voor print-out.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pc personal computer 1986 [De Coster 1999] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

pc (afk. van personal computer), computer voor de thuisgebruiker of voor het kantoor; aanvankelijk een hobbycomputer waarmee vooral spelletjes gedaan werden, maar tegenwoordig ook voor allerlei commerciële en wetenschappelijk-technische doeleinden toegepast. De eerste echte pc werd door Steve Jobbs eind jaren zeventig ontwikkeld voor Apple. In de marge waren ook producten als Atari en Commodore een tijdje populair. Toen in 1981 de IBM-pc geïntroduceerd werd, werd de naam pc steeds meer gebruikt voor de daarmee compatibele computers; men hoort deze afkorting zelfs als antoniem van de computers die níet onder deze standaard vallen (zie citaat uit Computer! Totaal).

Vaak ook zijn het mensen die communicatief erg sterk zijn, waardoor we ze goed kunnen gebruiken bij het installeren van peceetjes of een systeempje. (Het Parool, 16/08/86)
Je belt hem gewoon op, zegt dat je van de PTT bent, vraagt of hij contact opneemt met jouw ‘peeceetje’ (‘de nieuwe PTT-computer’) en in jouw beeldscherm laat je hem vervolgens zelf zijn codes intikken. (De Volkskrant, 04/04/87)
De PC gaat de Apple Macintosh te lijf, om samen eens uit te vechten welk platform zich het beste mag noemen. (Computer! Totaal, februari 1997)
als afkorting van politiek* correct.
De afkorting p.c. betekent aan Amerikaanse universiteiten niet meer personal computer, maar ‘politically correct’. In de multiculturele samenleving wil iedere bevolkingsgroep in zijn waarde worden gelaten en dat moet tot uitdrukking komen in de terminologie. In het politiek correcte taalgebruik heten indianen ‘Native Americans’ en negers ‘African Americans’. (De Volkskrant, 11/04/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut