Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

patroon - (beschermer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

patroon 1 zn. ‘beschermheilige; baas’
Mnl. patroon, patrone ‘beschermheilige van persoon of kerk’ in [Seruas] te patrone ‘de H. Servaas als schutspatroon’ [1200; VMNW], ‘beschermer’ in desen heeten alle brieue patron ende beschermere der dieue ‘deze (edelsteen) noemen alle geschriften verdediger en beschermer der dieven’ [1287; VMNW], ‘bevelhebber van een schip, kapitein’ in de patroon der galeyden ‘de schipper van de galei’ [1340-44; MNW]; vnnl. patroon ‘iemand die met raad en daad een zaak steunt’ in patronen, curateurs ofte toesienders van de universiteyt [1575; WNT], ‘beschermer, persoon met recht tot voordracht van pastoor of predikant’ in patronen van de kerk [1590; WNT], ‘baas, slaveneigenaar’ in op dat hy ... magh weder gelevert werden aen sijn ... Patroon ‘opdat hij (de slaaf) teruggegeven kan worden aan zijn eigenaar’ [1662; WNT], ‘meerdere, baas van een bedrijf’ in myn eerste patroon, daar ik jonge was [1685; WNT]; nnl. patroon ‘eigenaar van een handelszaak enz.’ in Het Kantoor stond my niet tegen: maar zo een patroon? [1785; WNT], ook ‘voorstander, verdediger’ in liefhebbers en patronen der vrijheid [1869; WNT].
Ontleend, zowel via Frans patron ‘superieur, werkgever’ [1559; TLF], eerder al ‘meester van een lijfeigene’ [1265; TLF], patrun ‘beschermer’ [eind 13e eeuw; TLF] en ‘beschermheilige’ [midden 13e eeuw; TLF], als rechtstreeks aan middeleeuws Latijn patronus ‘superieur’ [1313; TLF], eerder al ‘beschermheilige’ [ca. 950; TLF] en ‘schenker van een kerkelijk beneficie’ [772; Niermeijer]. Middeleeuws Latijn patronus is ontleend aan klassiek Latijn patrōnus ‘verdediger, beschermer, voorvechter’, een afleiding van pater (verwant met → vader), met het achtervoegsel -ōnus, dat hier wrsch. een vergrotende betekenis heeft, zoals bijv. in → ballon; patrōnus is dan letterlijk ‘grote vader, beschermer’.
Uit de betekenis ‘beschermer, superieur’ ontstond al in het Oudfrans de betekenis ‘rolmodel, voorbeeld’, zie → patroon 2 ‘model’. Daarna ontstond een speciale betekenis ‘modelvorm’, eerst voor houders van buskruit met projectiel, de schietpatronen, daarna ook wel voor hulzen of houders voor andere materialen, zoals inktpatronen; zie → patroon 3.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

patroon1 [beschermer] {patrone, patroon [schutspatroon, heilige] 1200} < frans patron < latijn patronus [beschermheer, verdediger], van pater (2e nv. patris) [vader].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

patroon 1 znw. m. ‘baas’, mnl. patroon, patrône ‘beschermheilige, superieur, scheepskapitein’ < fra. patron zowel als < lat. patronus. — amerik. eng. patroon (sedert 1662) ‘beschermer, meester’, vooral ook ‘bezitter van landerijen in New York en New Jersey, die door het Nederl. gouvernement aan leden van de Westindische Compagnie geschonken waren (vgl. Bense 267).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

patroon I (baas), mnl. patroon, -ône m. “beschermheilige, superieur, scheepskapitein”. Ontl. deels uit lat. patrônus deels uit fr. patron. Ook elders ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

patroon m., v. en o., gelijk Hgd. patron, patrone, Eng. patron, pattern, uit Fr. patron, van Lat. patronum (-us) = beschermheer, afgel. van pater = vader (z. vader). Uit de bet. beschermheer, naar wien men zich richt, ontwikkelden zich de bet. van voorbeeld, model, vorm.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

petroen (zn.) patroon, beschermer; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) patroen, Vreugmiddelnederlands patroon <1200> < Frans patron.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

patroon: 1. beskermheer, voog; raadgewer, werkgewer; baas, eienaar; 2. hoeveelheid buskruit v. skoot, huls v. projektiel, projektiel; 3. model, voorbeeld; Ndl. patroon (Mnl. patroon/patrone), wsk. via Ofr. (Fr.) patron uit Lat. patronus (afl. v. pater, “vader”), “beskermheer, voog”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Patroon, van ’t Fr. patron en dit van ’t Lat. patronus = beschermheer (van pater = vader). Uit de bet. van beschermheer als de persoon, dien men in alles volgt, tot voorbeeld stelt, ontstond de bet. van het onzijdige patroon = voorbeeld, model.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

patroon ‘beschermheilige, beschermheer’ -> Engels patroon ‘geprivilegieerd grootgrondbezitter in Amerika’; Keiëes patron ‘schutsheilige’; Amerikaans-Engels patroon, patrone, pat(t)eroon ‘geprivilegieerd grootgrondbezitter’.

patroon ‘baas’ -> Sranantongo patron ‘baas’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

patroon beschermheilige 1200 [CG II1 Servas] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut