Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

patois - (volkstaal)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

patois [volkstaal] {1723, vgl. patteis 1562-1592} < frans patois [volkstaal, streektaal], van patte [poot] (met de uitgang -ois als in françois), met de betekenis ‘grof’, vgl. pataud [jonge hond met dikke poten, boerenpummel] (vgl. patoot).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

patois: dialek; minderwaardige/plat taal; Ndl. en Eng. (m. Fr. uitspr.) uit Fr. patois (13e eeu) – in Eng. 1643; herk. onseker, hou misk. verb. m. Lat. patria, “vaderland”, en m. Ndl./Afr./Eng. patriot, “vaderlander”.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut