Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

patent - (voortreffelijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

patent 2 bn. (NN) ‘voortreffelijk’
Nnl. in de samenstelling patentwaren ‘Engelse waren waarop de uitvinder een patent heeft’ [1824; Weiland], patent ‘gepatenteerd, waar een octrooi op rust’ in patent razoors ‘gepatenteerde scheermessen’ [1840; WNT], patente lucifers [19e eeuw; WNT], patent ‘voortreffelijk, uitstekend’ in patente meesters ‘uitstekende onderwijzers’ [1840; WNT], 't ging patent ‘het ging heel best’ [1853; WNT], hij is zo'n patente kerel [1885; Groene Amsterdammer], hij ziet er patent uit [1909; Koenen].
Hetzelfde woord als → patent 1 ‘octrooi’, als verkorting van vaste verbindingen of samenstellingen met de naam van een handelsartikel. Het bn. patent betekende daarom eerst ‘gepatenteerd’, maar omdat men gepatenteerde artikelen beschouwde als zeer goed in hun soort, ging het ook ‘voortreffelijk’ betekenen. In de Duitse studententaal werd patent in het begin van de 19e eeuw al gebruikt in betekenissen als ‘uitstekend’, ‘goed bruikbaar’, ‘goed gekleed, elegant’; mogelijk hebben Nederlandse studenten dit gebruik overgenomen en heeft de studententaal dus bij het ontstaan en de betekenisontwikkeling van het bn. een rol gespeeld.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

patent2 [voortreffelijk] {1840} < hoogduits Patent, in samenstellingen als Patentstrümpfe, eig. ‘waarvoor patent is verleend’, oorspr. het zn. patent1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

patent 2 bnw. ‘voortreffelijk’ < nhd. patent, in het begin van de 19de eeuw uit samenstellingen als patentstrümpfe, naar het schijnt in de taal der Göttinger studenten, waar wij 1813 al de uitdrukking vinden, dat kousen ‘höchst patent’ zijn. Blijkbaar zeer snel ook overgenomen door de nederlandse studenten, want wij vinden het woord reeds in de Camera Obscura.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

patent II bnw. In de 19. eeuw ontleend uit het Du., waar ’t oorspr. een studentenwoord was, begin 19. eeuw ontstaan, doordat men patentstrümpfe e.dgl. “kousen enz. waar patent voor gegeven is” als “goede kousen enz.” opvatte.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

patent ‘voortreffelijk’ -> Indonesisch patén ‘voortreffelijk; (Bahasa Prokem) mooi, knap om te zien (meisje)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

patent voortreffelijk 1840 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut