Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pastel - (verfwede; kleurkrijt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

pastel zn. ‘kleurstift; kunstwerk in pastel’
Mnl. pastelle ‘wede, verfwede (Isatis tinctoria, plant waaruit blauwe kleurstof werd gemaakt)’ [1280-90; VMNW]; vnnl. pastel ‘bestanddeel van droge kleurstof’ in pastel, Oostersche assche of calc [1605; WNT Supp. asch I], ook nog ‘blauwe kleurstof uit verfwede’ in verwersstoffen, als ... indigo ende pastel [1610; WNT verver]; nnl. pastel ‘kleurstift’ [1717; Marin NF], in de samenstelling pastelteekening ‘tekening in pastel’ [1846; Vad.lett., 257], dan ook niet samengesteld pastel ‘kunstwerk in pastel’ in aquarel, pastel en teekening [1892; WNT Supp. acquarel], later ook vaak samenstellingen als pastelkleur ‘zachte kleur als van pastel’ in teere pastelkleuren [1937; WNT Aanv. jade] en pasteltint ‘id.’ in zachte pasteltinten [1957; WNT Aanv. pastel II].
In de betekenis ‘verfwede’ ontleend aan Oudprovençaals pastel ‘wede, verf verkregen uit de wede’ [13e eeuw; TLF], letterlijk ‘stampseltje, brijtje’, ontwikkeld uit Laatlatijn pastellus ‘id.’, verkleinwoord van pasta ‘deeg, brij’, zie → pasta 1. De plant en de kleurstof werden zo genoemd omdat de bladeren bij de productie van de verfstof tot brij werden gestampt.
De betekenis ‘droge kleurstift’ is ontleend aan Frans pastel ‘id.’ [1676; TLF], dat zelf ontleend is aan Italiaans pastello ‘kleurstift’ [14e eeuw; DELI]; deze betekenis is bij overdracht ontstaan uit pastello ‘pasteitje’, het verkleinwoord van pasta ‘deeg’, zie → pasta 2: de stiften werden zo genoemd omdat zij gemaakt werden door het uitharden van stukjes gekleurde deegachtige brij.
Pastel was oorspr. een blauwe plantaardige kleurstof, die veel gebruikt werd in de lakenindustrie, maar vanaf de 16e eeuw vervangen werd door → indigo. De droge kleurstiften in allerlei tinten die daarna internationaal deze naam kregen, worden gemaakt doordat kleurstoffen fijn gestampt worden met krijt of gips en gebonden met gom of een ander bindmiddel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pastel1 [wede] {1563} < frans pastel < provençaals pastel < middeleeuws latijn pastellus < latijn pastillus [wede], verkleiningsvorm van pasta [deeg, brij]; eig. dus ‘een (kleur)papje’, want vóór de wederinvoering van de indigo in Europa in de 17e eeuw won men blauwe kleurstof voor textiel en alle schildertechnieken uit wede.

pastel2 [kleurkrijt] {1778} < frans pastel < italiaans pastello [idem], verkleiningsvorm van pasta [deeg, beslag, stijfsel] < latijn pasta [idem] (vgl. pastel1); pastelkrijt is een uitgeharde kleurbrij van gips of kaolien met kleurstof en gom.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pastel znw. o. ‘soort van droge kleurstof’, sedert Kiliaen < fra. pastel of ital. pastello ‘kleurstift bestaande uit een met gips of krijt fijngestampte kleurstof’, vgl. prov. pastel ‘brei’ dan ook ‘wede’ (vgl. in de 16de eeuw pastel des teinturiers ‘kleurbrei van fijngewreven wede-bladeren’. — Afl. van pasta.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

pasta znw. o. Late geleerde ontl. uit laat-lat. pasta “deeg”. Een oudere ontl. hieruit of uit ofr. paste “id.” (fr. pâte) is mnl. past(e) v. o. m. “deeg, mengsel, vastgestelde broodprijs” (nnl. pasten mv. “afdruksels, afgietsels”). Aan een mlat. *pastâta beantwoordt ofr. pastée (fr. pâté), mnl. pasteide, -êde, -eie, posteide v. (nnl. pastei), mhd. pastêde, -ête (nhd. pastete), mnd. pasteide, posteide, -ei(g)e v., eng. pasty “pastei”. Van pasta ook mlat. pastillus, fr. pastel, it. pastello. Uit een van de twee laatste nnl. pastel znw., sedert Kil., die de bet. van pastel o. “pastelstift, pastelteekening” nog niet vermeldt.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

pasta, pastel, in de bet. ‘wede’ reeds in de 16e eeuw. — Bij deze woordgroep behoort ook † pastille znw., laat-nnl. uit fr. pastille.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pastel s.nw.
1. Kleurkryt. 2. Tekening of skildery met kleurkryt gemaak.
Uit Ndl. pastel (1778 in bet. 1).
Ndl. pastel uit Fr. pastel uit It. pastello, die verkleinw. wat van Latyn pasta 'deeg' (sien 1pasta) afgelei is. Tot in die 17de eeu is sekere kleurstowwe uit plante verkry. Die deegagtige, papperige stof waarin die kleurstowwe voorgekom het, het 'n assosiasie met pasta gewek.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pastel: kleurkryt; kleurkryttekening; Ndl. pastel (reeds by Kil) uit Fr. pastel of It. pastello, hou verb. m. pasta.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pastel (Frans pastel)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pastel ‘kleurstof’ -> Indonesisch pastél ‘tekenkrijt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pastel kleurstof 1778 [Toll.] <Frans

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal