Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pastei - (gebak van deeg met vlees)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pastei zn. ‘gebak van deeg met vlees’
Mnl. pasteide ‘pasteitje’ [1240; Bern.], si aeten ... pasteiden van hokinen ‘ze aten pasteien met vlees van geitenbokjes’ [1300-50; MNW-R], nu pasteyden, nu tarten, nu vladen ‘nu eens pasteien, dan weer taarten of vlaaien’ [1400-20; MNW-R]; vnnl. pasteye ‘gerecht van deeg’ in als die pasteye gebacken heeft anderhalf ure, dan doeter die navolghende sausse in ‘.. doe er dan de volgende vulling in’ [1599; WNT].
Ontleend aan Oudfrans pasté ‘gekookt vleesmengsel als deegvulling’ [1170; TLF], ook wel pastede, [voor 1100; Rey], dat teruggaat op vulgair Latijn *pastada, *pastata ‘gebak van deeg’, letterlijk ‘de geknede dingen’, verl.deelw. van pastare ‘deeg kneden’, een afleiding van Laatlatijn pasta ‘deeg’, zie → pasta 1. De -d- tussen twee klinkers in pasteide is weggevallen, zoals in slee < slede.
Het woord is later nogmaals ontleend, zie → paté.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pastei [deeg met vlees] {pastei(d)e 1201-1250} < oudfrans pasté (frans pâté) [idem] (vgl. pasta).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pastei znw. v. mnl. pasteide, pastêde, pasteie, posteide, mnd. pasteide, posteide, mhd. pastēde, pastēte (nhd. pastete), ne. pasty en ofra. pasté (nfra. pâté) > romaans *pastāta ‘met deeg omwikkeld vleesgerecht’. — Afl. van pasta.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

pastei v., gelijk Eng. pasty, Ofra. pasté (thans pâté), afgel. van paste (thans pâte), Lat. pasta = deeg, uit Gr. pastḗ.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pastei s.nw.
Tipe gebak van deeg.
Uit Ndl. pastei (Mnl. pasteide).
Ndl. pastei uit Oudfrans pasté (Fr. pâté) uit Latyn pasta 'deeg'.
Vgl. patee.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

pastei’ (de, -en), (ook:) pastei waarvan de vulling bestaat uit kippevlees, worteltjes, erwtjes en andere ingrediënten, ev. ook aardappelpuree; gebruikt als hoofdgerecht. Waarom al dat geklets met zoveel pom* en pastei daarna? (Vianen 1971: 182). - Etym.: AN p. bevat voornamelijk gehakt vlees, gevogelte e.d. en is doorgaans, als ’pasteitje’, een bijgerecht. - Syn. kippepastei*. Zie ook = pom*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

pastei: vleis i. deeg gebak; Ndl. pastei (Mnl. pastei(d)e/pastēde/posteide), Hd. pastete, Eng. pasty, uit Ofr. pasté (Fr. pâté) uit Ll. pasta (v. pasta), verderop verb. m. Eng. pastry.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pastei (Oudfrans pasté)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Pastei (Ofr. paste, thans pâté) van ’t Lat. pasta = deeg.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pastei ‘deeg met vlees’ -> Duits Pastete ‘deeg met vlees’; Deens postej ‘deeg met vlees’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors postei ‘deeg met vlees’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds pastei ‘deeg met vlees’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins pasteija ‘deeg met vlees; paté’ ; Hongaars pástétom ‘deeg met vlees’ ; Indonesisch pastél, pastil ‘deeg met vlees’; Jakartaans-Maleis pastèl ‘deeg met vlees’; Javaans pestil ‘deeg met vlees’; Madoerees pastel ‘deeg met vlees’ (uit Nederlands of Portugees); Soendanees pastel ‘deeg met vlees’; Negerhollands pastej ‘deeg met vlees’; Papiaments pastechi (ouder: pasteetsji, pasteetsje) ‘deeg met inhoud’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pastei deeg met vlees 1240 [Bern.] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

364. Bij gebrek van brood eet men korstjes van pasteien,

d.w.z. bij gemis van eene geringe zaak, waaraan men behoefte heeft, is men genoodzaakt iets van veel meer waarde in de plaats te gebruiken (Tuinman I, 101 en Ndl. Wdb. III, 1541; IV, 479; XII, 728); in schertsenden zin gebezigd.

De zegswijze dateert uit de 17de eeuw; zie Mergh, 7: By gebrek van brood etetmen korsten van pasteyen; Smetius, 217: In plaats van broot, behelpt men sich met korst van pastey; Lichte Wigger (anno 1617), bl. 18:

 L.W. End' alle de glaesen sijn an stick, waer drincken wy dan uit?
 Wa. K' en weet niet. D.I.: dat weet ick wel, dus uit de tuit.
By ghebreck van brood eetmen corsjes van pasteyen.
Laet ons met de riemen roeyen, die wy hebben.

Zie verder Hooft's Brieven IV, 63; Kluchtspel III, 284; Harreb. I, 94; Archief IV, 341 en vgl. Goedthals, 84: Cursten van pasteyen is goet broot, croustes de patez valent bien pain. In 't fri. by brek oan brea yt men wol ris bôle (wittebrood); fr. croûte de pâté vaut bien pain; faute de grives, on mange des merles; hd. hat die Kuh kein Heu, so isst sie Spreu; wenn men kein Brot hat soll man Kuchen essen; eng. if water cannot be had we must make shift with wine; mgri. εν καιρω αναγκης την λαμιαν μητερα καλει, noem in tijd van nood ook de heks moeder; in 't Russisch zegt men: Als men geen visch heeft, is ook de kreeft een vischZie Philologus LXXI, 554..

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut