Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

passie - (hartstochtelijke liefde; lijdensverhaal van Christus)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

passie zn. ‘hartstochtelijke liefde; lijdensverhaal van Christus’
Mnl. passie ‘lijden, foltering’ in passie dogen ‘foltering ondergaan’ [1265-70; VMNW], ‘het lijden van Christus’ in die passie ons heren ‘het lijden van onze Heer’ [1265-70; VMNW], ‘het bijbelse lijdensverhaal’ in die passie seghet ... aldus ‘het passieverhaal luidt aldus’ [1285; VMNW], ‘lijden, ellende’ in die passie ... die zij hebben van ... ‘de ellende die zij ondergaan door ...’ [1405; MNW], ‘gemoedsaandoening, hartstocht’ in hem selven ende sine passiën verwonnen ‘zichzelf en zijn hartstochten overwonnen’ [ca. 1500; MNW]; vnnl. passie ‘aandoening die gemoed of zinnen heftig beroert’ [1599; Kil.], in sonder eenige menschelijcke passie [ca. 1690; WNT]; nnl. passie ook ‘drang die men niet kan weerstaan’ in zijn enige passie was muziek [1884; WNT].
Ontleend, al dan niet via Frans passion, aan Laatlatijn passio (genitief -ionis) ‘lijden, foltering; ziekte; gemoedsaandoening, sentiment’, een afleiding van klassiek Latijn patī (verl.deelw. passus) ‘lijden, moeten dragen’, zie → patiënt. De betekenis ‘lijden(sverhaal) van Christus’ is ontleend aan het christelijk Latijn, waarin passio deze betekenisvernauwing had ondergaan.
Engels en Duits passion zijn ontleend via Frans passion; voor de 17e eeuw had het Duits de vorm passie, die evenals Nederlands passie rechtstreeks aan het Laatlatijn was ontleend.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

passie [hartstocht] {1265-1270 in de betekenis ‘lijden’; de betekenis ‘hartstocht’ 1599} < latijn passio [het lijden, gemoedsaandoening], van pati (verl. deelw. passum) [lijden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

passie znw. v., mnl. passie ‘lijden; hartstocht’ < lat. passio met beide betekenissen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

passie znw., mnl. passie v. in de beide beteekenissen. Ontleend uit lat. passio “lijden, hartstocht”, met verandering van den auslaut. Dgl. ontll. resp. vertt. (bijv. russ. strast´) ook elders.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

passie s.nw.
1. Lyding van Christus. 2. Drang, drif. 3. Hartstog, sinnelike liefde.
Uit Ndl. passie (al Mnl. in bet. 1, 1599 in bet. 2 en 3).
Ndl. passie uit Latyn passio 'lyding, gemoedsaandoening'.
D. Passion, Eng. passion.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Passie, het lijden en sterven van Jezus; het lijdensverhaal.
Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen, wees op uw hoede voor vrome praat van slecht bekend staande mensen; pas op voor schijnheiligheid.

Onder invloed van het Latijn en Oudfrans is passie in het Middelnederlands in gebruik gekomen voor Jezus' lijden en sterven. Het woord komt niet in de bijbeltekst zelf voor. Het is vooral bekend in samenstellingen als passieverhaal, passiemuziek e.d. De passie preken in het spreekwoord betekent 'preken over Jezus' lijden en sterven'.

Het grote, horizontale doek geeft een scene weer van Christus' Passie op het moment dat hij wordt verraden door zijn discipel Judas. (Meppeler Courant, nov. 1993)
Zijn gestroomlijnde uitvoering van Bachs passieverhaal was meer elegant dan expressief, meer lucide dan aangrijpend. (NRC, apr. 1994)
De risées zijn zij die morele verklaringen afleggen in een tijd, dat de overheidsborden langs de snelweg (Zzzzz, slaapt U al?) een onverdroten cynisme uitstralen. 'Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen', luidt terecht de volkswijsheid. (Meppeler Courant, juli 1993)
Zelfs meer meerderheidsbesluitvorming in de Raad is nu bespreekbaar. Nederland hoede zich als de Franse vos de passie preekt! (NRC, maart 1995)

Passiebloem, tropische plant met felgekleurde bloemen, Passiflora L.

Passiebloem, tropisch plantengeslacht Passiflora L., waarvan de blauwe soort Passiflora coerulea al in de 16de eeuw in Europa bekend was. De naamgeving van deze bloem berustte op de bijzonder vorm van de bloemkroon, waarin men lijdensattributen van Jezus meende te zien, zoals de doornenkroon (de krans van honingklieren) en de drie nagels (de driedelige stempel). De Nederlandse naam is een vertaling van het Latijnse flos passionis.

Naar je geheime minnares ten slotte stuur je Brandende Liefde of passiebloemen. (Playboy, 1993, nr. 2)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

passie (Latijn passio)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

passie. In een Middelnederlandse tekst komt voor “so sweert hi wonde, passi, doot”. Hertaald is dat: ‘zo zweert hij bij de wonden, het lijden en de dood van Christus’. Dit is een bastaardvloek. De verbastering zit in het weglaten van bij God, d.w.z. zweren bij de wonden, het lijden en sterven van Christus. → Nicolaas.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

passie lijden van Christus 1265-1270 [CG Lut.K] <Latijn

passie hartstocht 1599 [WNT] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2477. Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen,

d.i. ‘als de onrechtvaardigen vrome dingen gaan doen, dan mogen de vromen wel op hunne hoede zijn’Laurillard, 40.; eene waarschuwing tegen een schijnheilige, ook ‘om zich niet tijdens gevaar door mooie praatjes in slaap te laten wiegen’ (Van Eijk II, nal. 55); vertrouw een huichelaar niet. Vgl. Hs. Cyrill. 12 r: Ic (raaf) bootscap u (hoenders) grote bliscap; want die vos is nonne geworden, die vos is gewijlt (gesluierd) ende singet in die kerc mit ynnigen loven; mlat. cum lupus addiscit psalmos, desiderat agnos; Cats I, 436: Wanneer een vos de passy preeckt, boeren wacht uw gansen; 469; 494; De Brune, 22: Wanneer de vos de passy preeckt, 't is tijd, dat ghy uw gans versteeckt; Gew. Weeuw. III, 40: Boer wacht jou ganzen; Tuinman I, 76; 336; II, 128; Adagia, 2: Als den Voss de passie preeckt, Boer wacht u Gansen, nemo tutius malus est quam sub pietatis infula; Harrebomée I, 68; De Telegraaf, 9 Januari 1915, p. 1 k. 4; Het Volk, 27 Febr. 1915, p. 7 k. 2: Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen! Nw. School, VII, 172; De Amsterdammer, 10 Mei 1914, p. 2 k. 2: t' Is M. Brusse geweest, die in 'n boekje ‘De Journalist’ speciaal over verslaggevers schrijvende, dezen heeft aangemaand niet te ‘litterair’ te doen. Dit was wel eenigszins de vos die de passie preekte; De Cock1, 237; fri. as de foks dominy is, mei de boer syn goezzen wol neigean; Joos, 193; Waasch Idiot. 724: als de vos de passie preekt, boerkens, wacht uw ganzen; Rutten, 268 a; Antw. Idiot. 1402; Eckart, 132; 550; Wander I, 1252; hd. wenn der Fuchs (die Passion) predigt, so hüte Eure Gänse, so nimm die Hühner in acht; wenn der Fuchs die Gänse beten lehrt, so friszt er sie zum Lehrgeld; syn. van wenn der Wolf psalmodirt, gelüstet ihn der Gänse; eng. when the fox preaches, look after your geese; fr. quand le renard prêche aux poules, prenez garde à vous; quand le diable dit ses patenótres, il veut te tromperVoorstellingen van zulk een predikenden vos vindt men meermalen in kerken; zie Th. Wright, Histoire de la caricature et du grotesque dans la littérature et dans l'art, trad. p.O. Sachot, chap. V, p. 76 vlgg.; P.H.v. Moerkerken, de Satire in de Nederlandsche kunst in de Middeleeuwen, bl. 192..

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut