Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

passage - (doorgang, overtocht; overdekte winkelstraat; deel van een tekst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

passage zn. ‘doorgang, overtocht; overdekte winkelstraat; deel van een tekst’
Mnl. passage, passagie ‘doorgang, plaats waar men overtocht heeft’ in sochte die passaige ‘zocht de doorwaadbare plaats’ [1285; VMNW], ‘toegangsweg’ in de passaedse ende de muer van Iherusalem [1460-62; MNW-P], ‘doortocht, pad’ in doer die wildernisse een passage of enen wech [1479; MNW-P]; vnnl. passage, passagie ‘kort bijeenbehorend gedeelte in een tekst’ in inde wet ghesaeyt, in menich passage [1531; iWNT], ‘reis, overtocht’ in passage na de eijlanden de Capo Verde [1598; WNT], ‘plaats van doortocht, smalle weg, pad of straat’ in die Wegen ende Passagien daer 't selve Geschut ... marcheren sal ‘de wegen en paden waar het geschut langs zal gaan’ [1599; WNT]; nnl. passage ook ‘overdekte winkelstraat’ (NN) [1885; Versteeg].
Ontleend aan Frans passage ‘deel van een tekst’ [1176; TLF], eerder ook al ‘oversteek per schip’ [ca. 1165; TLF] en ‘doortocht door de bergen’ [ca. 1100; TLF], later ook ‘overdekte straat’ [1835; Rey], een afleiding van passer ‘voorbijgaan’, zie → passeren. De betekenis ‘deel van een tekst’ moet ontstaan zijn voor tekstgedeeltes tussen twee specifieke punten in een tekst, letterlijk dus de overtocht tussen die punten.
De passage als verbindende winkelstraat is in de loop van de 19e eeuw ontstaan in Frankrijk.
Lit.: C. Versteeg (1985), Passage 100 Jaar, 's-Gravenhage

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

passage [doorgang, deel van tekst] {passage, passaedse [gelegenheid om een water over te steken, brug, veerpont, doorwaadbare plaats, doorgang] 1285; als ‘deel van tekst’ 1539} < oudfrans passage [idem] < middeleeuws latijn passuagium, passagium [veergeld, recht van overgang, oversteek van rivier of zee] (vgl. passaat).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

passage znw. v. reeds mnl. ontleend < fra. passage een afl. van passer, dat als passen ontleend werd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

passage znw. Een reeds mnl. mhd. mnd. ontl. uit fr. passage, dat gevormd is van passer (dit weer van pas). Dit ww. ging in het Ndl. over als mnl. passen “afpassen, in orde brengen, schikken, inrichten, óvertrekken, acht slaan op, meenen, gelegen komen”, ook de naam van een spel met dobbelsteenen (nnl. passen) en passêren “overgaan, doorgaan, voorbijgaan” (nnl. passeeren). De bett. van mnl. passen zijn voor een deel eerst in ’t Ndl. ontstaan. Passen, passêren (mhd. nhd. ook passieren) zijn ook mhd. mnd., ook ofri. passia “passen, afmeten” komt voor. — Nnl. passen (bij het kaartspel) komt ook van fr. passer. Evenzoo hd. passen, de. passe, zw. passa.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

passaasj (zn.) doorgang; Vreugmiddelnederlands passage <1285> < Frans passage.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

passasie s.nw.
1. Reis, veral per boot of vliegtuig. 2. Deel van 'n geskrif of komposisie.
Uit Ndl. passage (al Mnl. in bet. 1, 1539 in bet. 2).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

passasie: deurvaart; oorvaart; stuk uit ’n boek; Ndl. passage (Mnl. passage, reeds 17e eeu ook passagie), soos Eng. passage, uit Ofr. passage, afl. v. ww. passer uit Ll. passare, “verbygaan”.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Passage (Fr.). Doorgang. Passage-instrument = instrument dienend om de doorgang van een ster door de meridiaan te meten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

passage ‘doorgang’ -> Indonesisch pasase ‘doorgang’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

passage doorgang 1285 [CG Rijmb.] <Frans

passage deel van tekst 1539 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut