Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pass - (schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pass [schot van de bal aan een medespeler bij het voetbalspel] {na 1950} < engels pass, van to pass < frans passer [langs gaan], teruggaand op latijn passus [schrede] (vgl. pas1).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pass (Engels pass)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pass ‘schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel’ -> Makassaars pâs, pâsá ‘schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pass schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel 1936 [BVC-krant 2 okt., 6a] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal