Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pasar - (Indische markt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pasar zn. (NN) ‘Indische markt’
Vnnl. passer ‘markt in Indië’ in voor 't hoff was een groote passer vol volck [1622; De Jonge I, 288], bij de passer ... bedelen [1636; WNT passer II], ook de vorm basaer in kleede-basaer ‘kledenmarkt’ [1648; WNT kleed]; nnl. pasar, passar ‘markt, marktgebouw in Indië’ in de passar, of markt, ... is een schoon gebouw [1724; WNT vloeren I], pasar malam ‘feestelijke avondmarkt’ in de passar malam te Padang [1912; NRC], ‘nostalgische jaarmarkt in Nederland met Indische producten’ [1984; Van Dale].
Ontleend aan Maleis pasar, dat zelf, wellicht via het Tamil, ontleend is aan Perzisch bāzār ‘markt’, zie → bazar. Het Perzische woord was in vele Europese talen ontleend.
Lit.: Philippa 1991; Veth 2003: 218-220

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pasar [markt] {1636} < maleis pasar < perzisch bāzār [(overdekte) markt], oudperzisch vashār (vgl. bazaar).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

passer1 [markt]. Zeer gebruikelijke vernederlandste vorm (zie ook rotting) van het Maleis-Javaanse pasar, markt of bazaar. Dit laatste woord, dat eigenlijk Perzisch is maar ook door de Arabieren wordt gebruikt (zie Dozy’s Supplément aux dictionnaires Arabes), heeft met pasar een overeenkomst die waarschijnlijk geheel toevallig is. Marsden in zijn Maleise woordenboek en Roorda in zijn Javaanse handwoordenboek schijnen pasar en bazár voor identiek te houden, doch hier is veel tegen te zeggen. Vooreerst schijnt de betekenis niet geheel dezelfde te zijn, daar bazaar eigenlijk het ‘overdekte marktgebouw’ is (zie Dozy, Oosterlingen), en pasar, evenals ons markt, in het algemeen ‘tijd en plaats voor de samenkomst ten handel’ schijnt te beduiden. Ten tweede doet het gebruik van pasar in het Javaans, in verband met de heel oude instelling van de pasarweek (zie mijn Java, deel I, p. 502), een ouderdom van dit woord vooronderstellen die veel hoger opklimt dan de Perzisch-Arabische invloed. Ten derde is de overgang van de vorm geheel onaannemelijk. Bazaar zou in het Javaans en Maleis eenvoudig badjar zijn geworden (zie Van der Tuuk, Bataksch leesboek, deel IV, p. 211), want voor de verwisseling van b met p bestond hier geen reden, en de van het Arabisch-Perzische alfabet gaat in het Maleis en Javaans steeds in dj over, zoals in tradjoe (het Perzische trazoe), djakat (het Arabische zakáh), djimat (het Arabische ‘azímah), enz.

Er bestaat in het Maleis voor ‘markt’ nog een tweede woord, pekan, dat in het Javaans pĕkĕn wordt uitgesproken en in de hoge taal pasar vervangt. [V]

passer3 [markt]. Vernederlandste vorm van het Maleis-Javaanse pasar, dat de Javanen echter volgens prof. Kern (Indische Gids 1889, p. 1221) waarschijnlijk van de Maleiers hebben. Prof. Veth verklaart zich tegen de gelijkstelling van dit pasar met het Perzische bazâr. Yule en Burnell en met hen andere geleerden zijn het hiermee niet eens. Vermoedelijk is het in het Maleis gekomen door een of andere Tamil-vorm, namelijk pasâr, met de klemtoon op de eerste lettergreep. [P]

passer2 [markt]. De mening dat het Maleise pásar, Javaans pasar zijn oorsprong te danken heeft aan het Perzische bâzâr, een mening voorgestaan onder anderen door Roorda en Pijnappel, is indertijd bestreden door dr. Van der Tuuk en vindt nu ook een tegenstander in prof. Veth. Het is om meer dan één reden wel de moeite waard na te gaan welke gronden tegen de Perzische oorsprong van het woord worden aangevoerd.

‘Vooreerst,’ zo luidt het eerste bezwaar, ‘schijnt de betekenis niet geheel dezelfde te zijn, daar bazaar eigenlijk "overdekt marktgebouw" is (zie Dozy, Oosterlingen), en pasar evenals markt, in het algemeen "tijd en plaats voor de samenkomst ten handel" schijnt te beduiden.’ Het hier geopperde bezwaar verdwijnt, wanneer men bedenkt dat niet de oorspronkelijke, maar de gewone betekenis van de woorden in aanmerking komt; de Turken, Georgiërs, Hindoes, enz. die het woord bâzâr van de Perzen hebben overgenomen, zijn geen geleerde etymologen, en verstaan daaronder ‘markt, marktplaats’.

Het tweede bezwaar is dat het gebruik van pasar in het Javaans, in verband met de heel oude instelling van de pasarweek, een ouderdom van dit woord doet veronderstellen die veel hoger opklimt dan de Perzisch-Arabische invloed. Voorzeker, de instelling van de marktweek is heel oud en veronderstelt het geregeld houden van markt, maar wat heeft dit te maken met het woord pasar, dat in het oudere Javaans in het geheel niet voorkomt? De daarvoor gebruikelijke benaming was pĕkĕn, dat nu nog voortleeft in de beleefde taal [hoog-Javaans]. Het gaat met het woord pasar als met het Arabisch adat, dat in de Indische Archipel eerst in nieuwere tijd is ingevoerd, wat niet wegneemt dat verscheidene ‘adats’ heel oud kunnen zijn.

Het derde bezwaar, het eerst geopperd door dr. Van der Tuuk, lijkt op het eerste gezicht van ernstiger aard. Het Perzische bâzâr toch zou in het Maleis en Javaans eenvoudig badjar geworden zijn, want voor de verwisseling van b met p bestond hier geen reden, en een Perzische z gaat in het Maleis en Javaans steeds in dj over. Volkomen juist, indien de Javanen en Maleiers het woord rechtstreeks van de Perzen overgenomen hadden. Behalve het reeds geopperde bezwaar is er nog een andere, die zich verzet tegen de stelling dat pásar door de Maleiers uit de mond van de Perzen zou zijn opgevangen; immers bâzâr heeft de klemtoon op de laatste lettergreep, en de klemtoon wordt door de Maleiers en Javanen bij het overnemen van Perzische woorden zoveel mogelijk bewaard. Derhalve zou bâzâr in het Javaans luiden badjár, bĕdjar, en niet pásar. Er is dus geen twijfel aan: pasar hebben de Maleiers en Javanen niet van de Perzen ontvangen, en toch is het woord oorspronkelijk Perzisch. Hoe kan dat, zal men vragen. Wel, zeer eenvoudig: het woord is niet rechtstreeks ontleend aan de Perzen, maar aan een ander volk, waarbij bazâr, de in Hindoestan gebruikelijke uitspraak van bâzâr, noodzakelijk pásâr, met klemtoon op de eerste lettergreep en met verscherping van b tot p moest worden. Dat volk zijn de Tamils, die het woord uitspreken als pásâr.

Waarschijnlijk hebben de Javanen hun pasar van de Maleiers ontvangen, omdat het verkeer van de bewoners van Coromandel met Sumatra uit de aard van de zaak veel levendiger is dan met Java. Wanneer pasar, of zoals men in Balinese handschriften juister gespeld vindt: pasâr, bij de Javanen in gebruik is gekomen, laat zich vooralsnog niet uitmaken; het is best mogelijk dat het reeds drie of vier eeuwen geleden is overgenomen. In de bloeitijd van de Oudjavaanse letteren bezigde men, als gezegd, alleen de inheemse benaming van ‘markt’, namelijk pĕkĕn, of ook wel lĕbuh. [K]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pasar (Maleis pasar)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pasar markt 1622 [De Jonge IV, 285] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut