Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

parvenu - (opgeklommen persoon zonder de bij die stand passende beschaving)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

parvenu zn. ‘opgeklommen persoon zonder de bij die stand passende beschaving’
Nnl. parvenu “gelukskind, opkomeling” [1824; Weiland], zooals alle parvenus, is hij intriguant en ijdel [1844-51; WNT], den wansmaak der rijk geworden parvenuus [1870; WNT].
Ontleend aan Frans parvenu ‘opgeklommen persoon zonder manieren of beschaving’ [1718; TLF], het zelfstandig gebruikte verl.deelw. van parvenir ‘bereiken, aankomen’ < Latijn pervenīre ‘bereiken, opklimmen tot; ten deel vallen’; pervenīre is gevormd uit per- ‘door, doorheen’, zie → per, en venīre ‘komen’, verwant met → komen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

parvenu [iem. van lage afkomst die rijk, maar niet beschaafd is] {1840} < frans parvenu, verl. deelw. van parvenir [bereiken, komen tot, slagen (in het leven)] < latijn pervenire [bereiken], van per [door … heen] + venire [komen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

parvenu znw. m., eerst in de 19de eeuw < fra. parvenu van parvenir ‘bereiken’, dus ‘hij die zijn doel, een hoger positie in de maatschappij bereikt heeft’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† parvenu znw. Laat-nnl., wsch. niet voor de 19e eeuw, uit fr. parvenu, deelw. bij parvenir ‘vooruitkomen’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

parvenu s.nw.
Persoon met 'n onbeduidende agtergrond wat skielik ryk geword het of tot 'n magsposisie verhef is.
Uit Ndl. parvenu (1824).
Ndl. parvenu uit Fr. parvenu, die verlede dw. van parvenir 'bereik, kom tot, slaag (in die lewe)', met lg. uit Latyn pervenire 'bereik, deurkom', waaruit 'suksesvol wees', 'n samestelling van per 'deur' en venire 'kom'.
D. Parvenü (18de eeu), Eng. parvenu.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

parvenu: spoggerige ryk mens m. min innerlike beskawing; Ndl. (sedert 19e eeu) parvenu uit Fr. parvenu, dw. v. parvenir, “tot ’n posisie kom”, hou verb. m. Lat. parvenire, “tot op ’n punt kom”.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

parvenu: (Frans) iemand van geringe afkomst die rijkdom vergaard heeft, maar zich niet volgens de normen van de hogere klasse weet te gedragen; iemand die door het fortuin begunstigd is. Vroeger ook wel een geldploert genoemd. Het Franse parvenu dateert uit de achttiende eeuw en is het deelwoord van het werkwoord parvenir (tot een positie komen).

Ik ben niet van adel, ik ben geen groote hans; ik ben een parvenu, zoo je wilt. (Nicolaas Beets, Camera Obscura, 1839)
‘Jullie soort?’ vroeg ik met opgetrokken wenkbrauwen.
‘Ja, gekken, leeglopers, parvenu’s…’ (Louis Ferron, De keisnijder van Fichtenwald, 1976)
De nieuwe adel bestaat alleen nog uit parvenu’s. (Vrij Nederland, 12/07/2003)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

parvenu (Frans parvenu)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

parvenu iem. van lage afkomst die rijk, maar niet beschaafd is 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut