Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

particulier - (betreffende privépersonen; privaat, niet openbaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

particulier bn. ‘betreffende privépersonen; privaat, niet openbaar’
Mnl. particulier ‘individueel’ in vanden particulieren sommen maken eene gheheele somme ‘van de individuele bedragen een totaalbedrag maken’ [1391-92; MNW], ‘privé’ in (hier als afleiding) particulierlic te spreken hadden ... met ‘vertrouwelijk moesten spreken met ...’ [1480; MNW particulierlike]; vnnl. particulier ‘privé, niet publiek’ in particuliere persoonen [1558; Stall.], die prince van Ouraengen ... zijn particulier affairen [1567; WNT], ‘niet openbaar, niet publiek’ in een perticuliere schole [1575; WNT], op te koopen wat in particuliere handen is [1637; WNT].
Ontleend aan Frans particulier ‘betreffende een individueel persoon’ [ca. 1300; TLF], ouder particuler ‘betreffende een deel of detail’ [1265; TLF] < Laatlatijn particularis ‘betreffende een gedeelte’, een afleiding van klassiek Latijn particula ‘klein deel, deeltje’, verkleinwoord van pars ‘deel’, zie → part.
particulier zn. ‘privé handelende persoon’. Vnnl. particulier ‘burger, niet in openbare dienst’ in afbrandinge van ... huysen ... tot ruyne van eenige particulieren [1629; WNT], varende voor particulieren [1693; WNT]. Zelfstandig gebruik van het bn. particulier, ontleend aan of beïnvloed door het Franse zn. particulier ‘privépersoon, burger’ [eind 14e eeuw; TLF], eveneens zelfstandig gebruik van het bn. particulier.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

particulier [privaat] {particulier, perticulier [afzonderlijk, persoonlijk] 1454} < frans particulier < latijn particularis [een (klein) deel betreffend], van particula [klein deel], verkleiningsvorm van pars (2e nv. partis) [deel].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

parteklier bn., bw.: bijzonder, buitengewoon. Ook Vl. Fr. particulier ‘bijzonder, buitengewoon’ < Lat. particularis.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

partikulier b.nw.
1. Persoonlik, privaat. 2. Kieskeurig, nougeset.
In bet. 1 uit Ndl. particulier (al Mnl.). In bet. 2 uit Eng. particular (1814). Eerste optekening in Afr. in bet. 2 by Mansvelt (1884). Bet. 1 het vinnig verouderd geraak onder die invloed van privaat (2privaat 3).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

partikulier: – (dial. en volkset. ook) pieterkielie – , 1. “privaat”; 2. “gesteld op, nougeset”, na d. vb. v. Eng. particular en dus ’n Angme.; Ndl. particulier/partikulier (Mnl. particulier), “besonder, persoonlik, privaat”, aldus ook by vRieb particulier; uit Fr. particulier uit Lat. particularis, afl. v. particula, dim. v. pars (gen. partis), “deel”.

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Particulier (< Lat. particularis; < particula, dem. van pars = deel). Een zelfstandig deel vormend. Vd. Op zich zelf staand, bijzonder.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

particulier ‘privaat’ -> Fries partikulier ‘privaat’; Indonesisch partikelir; particuliere (landerijen) ‘privaat; privé-landstukken die in de koloniale tijd gegeven of verkocht werden aan Chinezen of Europeanen’; Javaans partikelir, patikelir; patikelinten ‘privaat’; Madoerees partikellir, partikēllir, patikēllir, patikēllīr, partikēlīr ‘privaat’; Soendanees partikulir, pertikulir ‘privaat; persoonlijke inzichten’; Petjoh partiklier ‘privaat’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

particulier privaat 1454 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut