Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

parkiet - (papegaaiachtige vogel (geslacht Melopsittacus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

parkiet zn. ‘papegaaiachtige vogel (geslacht Melopsittacus)’
Vnnl. perquit [1623; Van Donselaar 1998a], perkyt [1659; Van Donselaar 1995]; nnl. parkiet [1762; Houttuyn I, 4, 229].
Ontleend aan Spaans-Portugees periquito [1555; Corominas], verkleinwoord van Perico, dat op zijn beurt de verkleinvorm is van de jongensnaam Pedro, waarmee men in het Spaans de papegaai benoemde (vergelijk Nederlands pietje voor kooivogels als de kanarie).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

parkiet [vogel] {perkyt 1659, parkiet 1676, paroquit 1602, vgl. de scheepsnaam de Perkyt, Perkit, Parkit 1660} etymologie onzeker, volgens sommigen < frans paroquet (14e-eeuws), een verkleiningsvorm van Pierre, dus ‘Pietje’. Volgens anderen heeft het fr. ontleend aan italiaans perrocchetto, verkleiningsvorm van parroco [pastoor], dus ‘pastoortje’. Het zou kunnen zijn dat klanknabootsing een rol heeft gespeeld en zelfs bepalend was.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

parkiet znw. m. ‘vogel uit de familie der papegaaien’, eerst sedert Kiliaen, daarnaast ook vroeger perkiet, mogelijk < spa. port. periquito, dat men afleidt van de PN Petrus (Meyer-Lübke Nr. 6449). Uit dit woord wil men ook fra. perroquet en ital. parrochetto, afleiden, maar anderzijds verklaart men het ital. woord als een afl. van parochus ‘geestelijke’ en leidt dan het fra. woord uit het ital. af. — Het nnl. parkiet kan uit perkiet ontstaan zijn door de overgang e > a voor gutturalen (waarvoor zie: erg).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

parkiet znw., nog niet bij Kil. De vorm staat ’t dichtst bij eng. parakeet “parkiet” naast paroquet “id.”. Deze in veel talen voorkomende vogelnaam gaat op it. parrochetto, parruchetto terug, dat verschillend verklaard wordt.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

parkiet. Naar de vorm (ouder-nnl. ook perkiet) zou het woord kunnen ontleend zijn uit spa. port. periquito (waaruit volgens sommigen fr. perroquet, it. parocchetto). Er is echter in oorsprong en onderlinge verhouding der rom. woorden veel duister.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

parkiet m., gelijk Eng. parakeet en Fr. perroquet, uit Sp. periquito, een afleid. van den eigennaam Pieter (z. piet).

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Parkiet Algemene N naam voor de kleinere, in elk geval slankere Papegaaiensoorten ↑ met lange getrapte staarten (definitie overgenomen uit Terres 1980 nl. die voor Parakeet). In N komen populaties voor van de Halsbandparkiet ); deze zijn geïntroduceerd.
ETYMOLOGIE N Parkiet (bij Houttuyn 1762 “Perruches”) parkiet (1676), perkyt (1659), perkiet (1695) (er is ook een vindplaats uit 1623 [Sijs]), mogelijk via het fenomeen vortoniges a tot: paroquit [VT]; (?)Periquito ‘kleine papegaai’, letterlijk ‘kleine Piet’, ‘kleine Perico’ (Perico is familiair voor Pedro ‘Piet’), óf, evenals E Parakeet (Paroquet) Perroquet ‘Papegaai’ (1537) paroquet (1395). Dit laatste betekent ‘kleine Piet’ [Robert 1993], ófwel Parrocchetto pàrroco ‘pastoor’.

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

parkiet (Portugees periquito of Spaans periquito)
Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

parkiet s.nw.
Tipe klein papegaai.
Uit Ndl. parkiet (1623). Oudste optekening (1602) is in reisbeskrywings in die vorm paroquit (WNT).
Oor die vroeëre etimologie bestaan onsekerheid. Hou miskien verband met Fr. perroquet, die verkleinw. van Pierre, dus 'Pietie', of met It. perrocchetto, die verkleinw. van parroco 'pastoor', dus 'pastoortjie'.
Eng. parakeet.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

parkiet’ (de, -en), naam voor middelmatig grote papegaaien met een lange, spitse staart en voor kleine papegaaien. - Etym.: AN p = kleinere papegaaien, vooral die met lange staarten. S prkiki. - Samenst.: kankantriparkiet*, kapoeweriparkiet*, korenparkiet*, maurisiparkiet*, okerparkiet*, raafparkiet*. Zie ook: papegaai*, raaf*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

parkiet: voëls. (spp. Psittacus/Conurus, fam. Psittacidae); Ndl. parkiet, ouer vorme perkiet/paroquit, vRieb noem (d.d. 21/22.l.1661) 2 bote: “de Perkyt ... ende ’t Musquitjen”, dan ouer dokg. v. perkyt as van perkiet by WNT XII 500 uit Schou; Eng. parakeet (1581) sluit by Ndl. vorm aan, maar sy wv. paroquet nader by dié v. Ofr. paroquet (Fr. perroquet), lg. vorme gaan terug òf op It. parochito/parrochetto, dim. v. parroco, “geestelike”, òf op It. parruchetto, dim. v. parucca, “pruik”, n.a.v. kopvere – van watter herk. ook al, wsk. verb. m. Eng. parrot, v. papegaai; Sp.-Port. is periquito.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

parkiet ‘papegaaiachtige’ -> Indonesisch parkit ‘papegaaiachtige’; Boeginees parakêcci ‘papegaaiachtige’; Jakartaans-Maleis parkit ‘papegaaiachtige’; Madoerees parkit ‘papegaaiachtige’; Makassaars parakî́ ‘papegaaiachtige’; Sranantongo prakiki ‘papegaaiachtige’; Saramakkaans paakíki, paatjítji ‘papegaaiachtige’; Sarnami párákiki ‘papegaaiachtige’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

parkiet papegaaiachtige 1623 [Van Donselaar Tw. 13] <Spaans of Portugees

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut