Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

parka - (jack met bontcapuchon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

parka zn. ‘jack met bontcapuchon’
Nnl. parka ‘pooljak’ [1959; Van der Sijs 2001], ‘jas met kap van bont, sportief winddicht jak’ [1976; Van Dale], ‘modieus jack met capuchon’ in Dior collectie ... anoraks met mink aan de capuchons, parka's met wilde prints [1998; NRC].
Ontleend aan Amerikaans- en Canadees-Engels parka ‘jack met bontcapuchon’ [1813; BDE], eerder al in het mv. parki [1780; BDE]; dat woord is ontleend aan de taal van de Eskimobevolking van de Aleoeten, een eilandengroep die lang Russisch was, maar sinds 1867 grotendeels tot de staat Alaska behoort. Het woord is door de Eskimo's ontleend aan Russisch párka ‘pels, jas gemaakt van pels’, dat zelf weer ontleend is aan een Samojeedse taal (het Nenets), gesproken in Siberië.
Parka's van nylon met gewatteerde voering en met bont gevoerde capuchon werden in de jaren 1950 ontwikkeld voor het Amerikaanse leger. In de jaren 1960 en 1970 werd dit type jack ook heel populair onder jongeren; rond de eeuwwisseling is er sprake van een comeback.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

parka [pooljak] {na 1950} < engels parka < eskimo parka < russisch parka, ontleend aan een fins-oegrische taal.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

parka s.nw.
1. Kledingstuk in die poolstreke gedra. 2. Min of meer soortgelyke kledingstuk deur sportdeelnemers en militêre personeel gedra.
Uit Amer.Eng. parka (1813, 1780 in die vorm parki).
Amer.Eng. parka, parki uit 'n taal van die Inuïete in Alaska uit Russies parka.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

parka (Engels parka)
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

bermtoerisme [toerisme waarbij de reizigers op of bij de wegbermen blijven en niet het veld of bos in gaan] (1959). Het Winkler Prins Boek van het jaar vermeldt behalve bermtoerisme nog een aantal nieuwe woorden die zijn ontstaan of ingeburgerd rond 1959: arbeidsreserve, bermtoerisme, besliskunde, boutique, convectiekachel, gastanker, groene golf, parka, parkeerschijf, plasma, programmeerkunde, schietcabine, skelter, toneeladviseur, trainee, ufologen, verzorgingsflat, weekendhuwelijk, wooneenheid, woonlaag en zweefauto.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

parka pooljak 1959 [WP jaarboek 1960] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

parkapooljak (1959); Parka (1960) oorspronkelijk Finse sneeuwjas van poplin, dikwijls met teddy-voering; kort, met doorgehaalde ceintuur.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut