Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

parfum - (reukwater; aangename geur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

parfum zn. ‘reukwater; aangename geur’
Vnnl. welrieckende salue, parfuym ‘welriekende olie, parfum’ [1567; WNT zalf], ‘aangename geur’ in dat hun ... aengenamen geur de keuken vulde met parfum [1669; WNT]; nnl. parfum ‘reukzalf, reukwater’ in haar, en baard, en kleedren met parfumen en odeuren overladen [1831; WNT].
Ontleend aan Frans parfum ‘aangename natuurlijke of kunstmatige geur’ [1528; TLF], variant perfum ‘id.’ [1546; TLF], een afleiding van het ww. perfumer ‘een aangename geur geven aan’ [1528; TLF], eerder al parfumer ‘beroken, uitroken’ [14e eeuw; TLF] (Nieuwfrans parfumer ‘parfumeren’). Het Franse ww. is wrsch. ontleend aan een van de andere Romaanse talen: Italiaans (dialectisch) perfumare [1640; TLF], ouder profumare [1508; DELI], Provençaals perfumar [ca. 1500; TLF], Spaans perfumar [1490; TLF], of Catalaans perfumar [14e eeuw; TLF]. Al deze vormen gaan terug op vulgair Latijn *perfumare, dat gevormd is uit Latijn per- ‘door, doorheen’, zie → perd.m.v.’, en klassiek Latijn fūmāre ‘roken, geuren’. Parfum werd oorspr. verkregen door het verbranden van de geurstoffen.
Latijn fūmāre is een afleiding van fūmus ‘rook’, en is verwant met: Grieks thūmiãn ‘roken’, thūmós ‘levensadem, bezieling, gedachte; woede’; Sanskrit dhūmá- ‘rook, stoom’; Litouws dū́mai (mv.) ‘rook’; Oudkerkslavisch dymŭ ‘rook, stoom’ (Russisch dym); Middeliers dumacha (mv.) ‘mist’; < pie. *dhuH-mó- (IEW 261).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

parfum [aangename geur] {1669} < frans parfum, van parfumer, teruggaand op latijn per [door … heen] + fumare [roken, dampen], van fumus [rook, damp].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

parfum (zn.) parfum; Nuinederlands parfuym <1567> < Frans parfum.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

parfuum s.nw.
Reukwater.
Uit Ndl. parfum (1611 - 1620).
Ndl. parfum uit Fr. parfum.
D. Parfum, Eng. perfume, It. profumo.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

parfum (Frans parfum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

parfum ‘(vloeistof met) aangename geur’ -> Indonesisch parfum ‘(vloeistof met) aangename geur’; Sranantongo parfùm ‘(vloeistof met) aangename geur’; Sarnami pampaiyá ‘(vloeistof met) aangename geur’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

parfum aangename geur 1611-1620 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut