Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

parasol - (zonnescherm)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

parasol [zonnescherm] {1651} < frans parasol < italiaans parasole, van parare [afweren] + sole < latijn solem, 4e nv. van sol [zon].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

parasol, de. parasol, zw. parasoll. Zie paraplu.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

paraplu, parasol v., uit Fr. parapluie, parasol, naar It. met den stam van parer = o.a. afwenden (z. paleeren) en pluie = regen of It. sole = zon.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

parasol (Frans parasol)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

parasol ‘zonnescherm’ -> Negerhollands paresol ‘zonnescherm’; Berbice-Nederlands pansolo, parisola ‘zonnescherm’; Papiaments parasòl ‘zonnescherm’; Sranantongo prasoro (ouder: parasoro) ‘zonnescherm, paraplu’ (uit Nederlands of Engels); Aucaans paasoo ‘zonnescherm’; Saramakkaans paazóo ‘zonnescherm’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

parasol zonnescherm 1651 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut