Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

parasiet - (die ten koste van andere(n) leeft)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

parasiet [ten koste van andere(n) levend] {1553} < frans parasite [idem] < latijn parasitus [gast, tafelschuimer, klaploper] < grieks parasitos [mee aanzittend, lagere priester, die bij de offermaaltijd mee mocht aanzitten, klaploper], van para [bij, naast] + sitos [tarwe, brood, eten, levensonderhoud], een voor-gr. woord, vgl. baskisch zitu [graan, oogst, fruit]; als het myceense letterteken si een variant is voor het teken dat ‘graan’ aangeeft, is een minoïsche oorsprong vrijwel zeker.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

parasiet s.nw.
1. Persoon wat op 'n ander teer. 2. Dier of plant wat in of op 'n ander organisme leef.
Uit Ndl. parasiet (1553 in bet. 1, 1869 in bet. 2).
Ndl. parasiet uit Fr. parasite uit Latyn parasitus 'gas, parasiet' uit Grieks parasitos 'tafelgenoot, parasiet', met lg. van para 'naas' en sitos 'brood, ete', lett. 'naas 'n ander brood eet'.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

parasiet: profiteur, klaploper, iemand die leeft op kosten van anderen of van de maatschappij. Het woord is afgeleid van het Griekse woord parasitos (mede-eter), gevormd van para (naast, bij) en sitos (tarwe, brood, eten). Een parasiet is een dier dat of een plant die leeft ten koste van andere wezens en daarop een schadelijke invloed heeft. Als scheldwoord erg geliefd bij kapitein Haddock in de Kuifje-stripverhalen. Een synoniem is bietser*. Eveneens in het Frans: parasite.

Vuile parasiet, wel slapen in ’n klooster als je nergens anders terecht kunt, hè? Daar zijn wij dan wel goed voor. Parasiet! Communist! (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

parasiet (Frans parasite)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

parasiet ‘die ten koste van andere(n) leeft’ -> Indonesisch parasit; (Bahasa Prokem) parokas ‘die ten koste van andere(n) leeft’; Papiaments parasit ‘die ten koste van andere(n) leeft’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

parasiet die ten koste van andere(n) leeft 1553 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut