Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

parabel - (gelijkenis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

parabel zn. ‘gelijkenis’
Mnl. parabole, parable ‘gelijkenis’ in hi ... sprac din uolke toe in parabolen, dats in ghelikenessen ‘hij sprak het volk toe in parabels, dat wil zeggen in gelijkenissen’ en de parable van den saijere ‘de gelijkenis van de zaaier’ [beide 1291-1300; VMNW].
Ontleend, in de huidige vorm via Frans parable, aan Latijn parabola ‘vergelijking, gelijkenis, leerrijk verhaal’, dat zelf ontleend is aan Grieks parabolḗ ‘vergelijking, gelijkenis, parallellisme’, letterlijk ‘het naast elkaar werpen’, gevormd uit para- ‘naast, langs’ en bolḗ ‘worp’, bij het werkwoord bállein ‘werpen, zich werpen, draaien, zwenken’, zie → bal 2 ‘danspartij’.
In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, werd parabolḗ gebruikt als vertaling van Hebreeuws māschāl ‘spreuk, redevoering’. Via het christelijk Latijn is deze betekenis in de Romaanse talen verantwoordelijk voor de werkwoorden die ‘spreken’ betekenen, zoals Frans parler (zie → parlement).
Latijn parabola en Grieks parabolḗ hadden daarnaast ook de wiskundige betekenis ‘parabool’, zie → parabool. Voor een samentrekking van Latijn parabola ‘gelijkenis, leerrijk verhaal’ zie → parool.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

parabel [gelijkenis] {parabole [voorbeeld] 1291-1300, parabel(e) 1484} < frans parabole < oudfrans parable [gelijkenis] < latijn parabola [vergelijking, in chr. lat.: gelijkenis] < grieks parabolè [het naast elkaar stellen, vergelijking], van paraballein [naast iets gooien, naast elkaar zetten, vergelijken], van para [naast] + ballein [werpen] → parool.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

parabel znw. v., reeds mnl. < lat. gr. parabole ‘gelijkenis’, eig. ‘het naast elkaar plaatsen’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

parabel znw. Een reeds mnl., ook in andere talen voorkomend woord, op gr. parabolḗ “het naast-elkaar-stellen, parabel” teruggaande.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

parabel. Hetzelfde woord is parabel ‘parabool’, dat sedert de 16e eeuw voorkomt (= hd. parabel v.), maar waarvoor later, wsch. opzettelijk ter onderscheiding, parabool < fr. parabole is ingevoerd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

parabel v., over Lat. parábolam (-a), uit Gr. parabolḗ = gelijkenis (van pará = voor, bij; bállein = werpen: z. ver 2 & kwel). Ging in het Rom. over met bet. gesprek, spreken (Fr. parole, parler).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

frabel, zn.: onsamenhangende taal, praat. Door wisseling pr/fr uit prabel < parabel, dat in het Waasland ook ‘verzinsel, fabel, leugen’ betekent.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

parabel, zn. m.: mop, grappig gezegde, gek ding. In het Waasland betekent het woord ook ‘verzinsel, leugen’. Met verschoven betekenis uit parabel ‘zinnebeeldig verhaal’ < Ofr. parable ‘gelijkenis’ < Lat. parabola ‘vergelijking, gelijkenis’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

parabel (Latijn parabola)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Parabel, gewoonlijk kort verhaal dat met behulp van beeldspraak een zedelijke waarheid wil verkondigen.

Parabel is een ander woord voor gelijkenis, dat in de NBG-vertaling gebruikt wordt; zie bijvoorbeeld Matteüs 13:18, 'de gelijkenis van de zaaier'. Parabel was het gewone woord in het Middelnederlands en kwam later nog voor in katholieke vertalingen als de Leuvense Bijbel (1548) en de Moerentorfbijbel (1599). Zie verder Gelijkenis.

Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 86, 34-35. ende hi ontploec sinen mont ende sprac din uolke toe in parabolen, dats in ghelikenessen.
Leuvense Bijbel (1548), Matteüs 13:18. Daer om hoort ghy die parabel vanden sayere.
Boullosa sluit duidelijk aan bij de nog springlevende orale traditie in Latijns-Amerika. Haar roman is een parabel, fantastisch en tegelijk leerrijk. (De Standaard, nov. 1995)
De dominee zweeg en zag bleek. Wie kon de man hebben uitgenodigd? Hij dacht ook in zelfvermaan aan de parabel van de eerste steen. z$n eigen zonde was bijna tegengesteld aan die van Witteboon maar zonde evengoed binnen de heiliging van het huwelijk. (F.B. Hotz, Het werk, 1997 (De toren, 1978), dl. p. 475)
Voortdurend debiteert hij belegen moppen en flauwe anekdotes als parabels die van grote wijsheid getuigen. (NRC, 25-5-1999, p. 26)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Parábel (Gr. parabolê = naast-elkander-stelling), noemt men in onze taal een gelijkenis: zij stelt een zedelijke of goddelijke waarheid aanschouwelijk voor door een beeld, aan het menschelijk leven ontleend (de letterlijke en de fig. beteekenis worden dus naast elkander gesteld ter vergelijking). Vooral in het Oosten was en is nog de parabel zeer geliefd; in het O. en N. Testament komen veelvuldig parabelen voor, bijv. Nathans boetpredikatie tot David en de gelijkenissen van Jezus. Ook de parabelen van den Duitschen dichter Krummacher zijn bekend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

parabel ‘gelijkenis’ -> Indonesisch parabel ‘gelijkenis’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

parabel gelijkenis 1291-1300 [CG Luiks Diat.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut