Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

papa-mamabedrijf - (klein familiebedrijf)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

papa-mamabedrijf, -winkel, -zaak; papa-en-mamabedrijf, -winkel, -zaak (← Am.-Eng. mum and dad-store), klein familiebedrijf; eenmanszaak waar de echtgenoot of echtgenote in de zaak staat. Informeel.

Papa-mamawinkels worden ze genoemd in de reiswereld: zelfstandige reisagentschappen, veelal gerund door het gezin, vaak niet meer dan een enkele vesting. (De Volkskrant, 30/01/88)
De bezwaren zijn legio: het centrum zou worden voorgetrokken ten nadele van de winkelconcentraties in de buitenwijken, kleine ‘papa-en-mamazaakjes’ kunnen door de groten doodgedrukt worden. (Het Parool, 24/02/90)
Zijn ouders hadden een klein bedrijf in Apeldoorn, naast paleis Het Loo. Een papa-en-mamabedrijfje noemt hij dat. (Vrij Nederland, 11/04/92)
In België zijn ze nog lang niet zo ver. Daar heb je nog veel meer papa-en-mamawinkels, zoals dat wordt genoemd. (Elsevier, 06/12/93)
Dat zijn de ondernemers met een omzet van 30 tot 100 miljoen gulden. Ze zijn niet zo flexibel als de tienduizenden kleine aannemers (‘de papa-en-mama-bedrijven’), en hebben niet de buffer van grote bouwers als HBG of Volker Stevin. (De Volkskrant, 11/02/94)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut