Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

papaja - (vrucht)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

papaja [vrucht] {papayen 1633} < spaans papaya, ontleend aan een caribische indianentaal.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

papaja s.nw.
1. Halftropiese boom. 2. Vrug van die papaja (papaja 1).
Uit Ndl. papaja (1596), opgeteken in 'n reisverhaal van Van Linschoten.
Ndl. papaja uit Sp. papaya, met lg. uit 'n Karibiese Indiane taal.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

Papa’jafamilie (de), bepaalde plantenfamilie (Caricaceae). - Etym.: Genoemd naar papaja, de bekende vruchtboom (Carica papaya).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

papaja: vrug- en pln. (Carica papaya, fam. Papayaceae); Ndl. papaja (nie in WNT nie), Eng. papaw (1598), vroeër ook papay(a), Sp. en Port. papaya/papayo uit Kar. dial.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

papaja [bepaalde vrucht]. Komt waarschijnlijk met de vrucht uit Amerika. Zoals uit Hobson-Jobson blijkt, is er een Caraïbisch woord ababai = papajaboom. Op het eiland Cuba hebben de Spanjaarden daarvan gemaakt papaya. Eigenaardig noemt men op de Filippijnen verinlandste Europeanen... papaja’s. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

papaja (Spaans papaya)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

papaja ‘vrucht’ -> Shona papaya ‘vrucht’ ; Jakartaans-Maleis pepayè ‘vrucht’; Menadonees popaya ‘vrucht’; Sranantongo p'paya ‘vrucht’; Arowaks papâja ‘vrucht’; Sarnami papaiyá ‘vrucht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

papaja vrucht 1596 [Linschoten] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut