Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pannenkoek - (in pan gebakken plat deegproduct)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pannenkoek [in pan gebakken platte koek] {in de persoonsnaam Thideric Pankuken 1280-1290, pan(ne)coecke 1360} van pan + koek.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

pannekoek znw. m., mnd. pannekôke, ohd. pfankuocho (nhd. pfannkuchen), samengesteld uit pan + koek. — > fra. pannecouque, dat omstr. 1482 in de mode komt (Valkhoff 199).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

pannekoek s.nw.
Dun, plat, ronde, soms opvoubare koek wat in 'n pan gebak word.
Uit Ndl. panne(n)koek (al Mnl.).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1900).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

pannekinkske (DB), zn. o.: pannenkoekje. Vervlaamsing van Fr. (1808) pannequet < E. pancake.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

pannenkoek: sukkel, zwakkeling. Oorspronkelijk onder wielrenners een denigrerende term voor een zwakke coureur (ook wel een krabber* genoemd). Voetballers kennen het scheldwoord inmiddels ook. Trainer Roy Wesseling van betaaldvoetbalclub FC Haarlem stuurde een speler ooit voor de rest van het seizoen naar de kleedkamer, nadat deze hem had uitgemaakt voor pannenkoek. Voor het eerst vermeld door Broersma, in de betekenis van ‘zwakke wielrenner’.

‘Stommelingen! Sufferds! Pannekoeken!’ bulderde hij. (Thea Beckman, Heremijntijd… wat een lastpost, 1973)
Zeker een kilometer achter ons reed het peloton. Geklopten. Pannekoeken. (Tim Krabbé, De Renner, 1978)
Ach man, dat zijn sukkels. Pannekoeken. Gewoon stadskutjes. (Nieuwe Revu, 16/12/1992)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pannenkoek ‘in pan gebakken plat meelproduct’ -> Engels pancake ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Frans pannequet ‘in pan gebakken plat meelproduct’ ; Frans † pannecouque ‘soort poffertje’; Zuid-Afrikaans-Engels pannekoek ‘in pan gebakken plat meelproduct’ ; Indonesisch panekuk ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Javaans panekuk ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Minangkabaus panukuik, pinakuik, pinukuik ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Soendanees pangkuk ‘gebak’; Amerikaans-Engels dialect pannicake ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Munsee-Delaware pán'ko:k ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Unami-Delaware pan'kuk ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Loup panegug ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Western-Abnaki pôngoksak ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Negerhollands pannekoek ‘in pan gebakken plat meelproduct’; Sranantongo pankuku ‘in pan gebakken plat meelproduct’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pannenkoek in pan gebakken plat deegproduct 1280-1290 [CG I Rijkhoven Oudenbiezen]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal