Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pandit - (geleerde hindoe)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pandit [geleerde hindoe] {1901-1925} < hindi paṇḍit < oudindisch paṇḍita- [geleerd, wijs].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

pan’dit (de, -s), Hindoepriester. De conciërge, een zekere Baba* Tadja Panday, een magere korte grijze man van in de zeventig, was behalve conciërge ook nog pandit en politiek adviseur van de regerende Hindostaanse* partij (Vianen 1971: 79). - Etym.: H, eigenlijk betekenend: geleerde en kenner van de Sanskrit literatuur. - Zie ook: Hindostaanse dominee*, maulana*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

pandit: geleerde Hindoe; Ndl. pandit (wsk. 17e/18e eeu), Eng. (minder gew.) pandit naas pundit (1672) uit Hind. pandit, Skt. pandita, “geleerde”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pandit (Hindi panṇḍit)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pandit geleerde hindoe 1912 [KKU] <Hindi

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut