Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

paleis - (vorstelijk verblijf)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

paleis zn. ‘vorstelijk verblijf’
Mnl. in ein palas ‘in een paleis’ [1220-40; VMNW], palais ‘id.’ [1240; Bern.], jn sinen paleis ‘in zijn paleis’ [1276-1300; CG II], so rikeliken palais ‘zo'n luxe (paleis)zaal’ [ca. 1340; MNW].
Ontleend aan Oudfrans palais ‘grote woning van een belangrijk persoon’ [1140; Rey], eerder paleis ‘id.’ [1050; Rey], ontwikkeld uit Latijn Palātium ‘Palatijn, Romeinse heuvel met keizerverblijf, paleis’, van onzekere herkomst.
Het Latijnse woord duidde oorspr. een van de zeven Romeinse heuvels aan, maar omdat op de Palatijn het verblijf van keizer Augustus stond, ontstond door overdracht de betekenis ‘vorstelijk verblijf’. In het Middelnederlands kreeg het woord bij uitbreiding de betekenissen ‘woning’ en ‘zaal in een paleis’ (zie ook → zaal), maar deze zijn nu verouderd. In het Frans ontwikkelden zich andere specifieke betekenissen, bijv. ‘rechtbank’ [1461; Rey] en ‘groot gebouw voor het algemeen belang, expositiehal’ [1759; Rey]. Op basis hiervan ontstonden Nederlandse gebouwaanduidingen als paleis van justitie ‘rechtbank’ [1868; WNT] (Frans palais de justice [1784; OED]) en het tussen 1859 en 1864 gebouwde Paleis voor Volksvlijt [1868; WNT]. In het BN komt deze betekenis veel vaker voor (bijv. sportpaleis) dan in het NN.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

paleis [vorstelijk verblijf] {palais, pala(e)s, paleis 1201-1250} < frans palais [idem] < latijn palatium [paleis], oorspr. het paleis van keizer Augustus op het Palatium, één van de zeven heuvels van het oude Rome, ook Palatinus (mons), de Palatijnse (heuvel) in Rome, vermoedelijk te verbinden met Pales, een Italische godin, beschermster van vee en herders (vgl. Palatijn).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

paleis znw. o., mnl. palaes, palas, palais, paleis o.m. ‘huis van een vorst, grote zaal in een vorstelijk huis, woning’ < fra. palais (sedert de 11de eeuw) < lat. palātium ‘het paleis van keizer Augustus op de Palatijnse berg’. — Evenzo zijn ontleend mnd. palas o.m. ‘groot gebouw, paleis, grote zaal, raadhuis’, mhd. palas, palast (sedert de 12de eeuw) ‘groot gebouw, paleis’ (nhd. palast), ofri. palas o. me. palais, paleis (ne. palace). — Zie verder ook: paltsgraaf.

De bet. ‘verhemelte’ van het mnl. palaes stamt uit die van het fra. woord. In het latijn werden palātium ‘paleis’ en palātum ‘verhemelte’ reeds volksetymologisch met elkaar verbonden, aangezien in beide gevallen aan een ‘gewelf’ gedacht kon worden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

paleis znw. o., mnl. palaes, palas, palais, paleis o. m. “huis van een vorst of voornamen heer, groote zaal in zoo’n huis, woning” [ook “verhemelte” evenals fr. palais]. Ontl. uit fr. palais (< lat. palâtium, oorspr. de naam van een Romeinschen heuvel, later ook die van ’t daarop door Augustus gebouwde paleis), evenzoo mhd. palas, palast o. m. (sedert de 12. eeuw) “groot gebouw met een groote zaal, paleis” (nhd. palast m.), mnd. palā̆s o. m. “groot gebouw, paleis, raadhuis, groote zaal”, ofri. palā̆s o., meng. palais, -eis (eng. palace) “paleis”. Een oudere ontl. uit een vervorming van ’t zelfde lat. woord is ohd. pfalanza, pfalinza (nhd. pfalz), os. palinza, palencea, owfri. palense v., laat-ags. palent m., palente, palendse v. “paleis”. Ndl. palts, paltsgraaf uit het Du. On. pallaz o., palata v., palati m. “paleis” gaan op lat. palâtium terug.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

paleis. Het onz. genus (mnl. ook nog m.) zal gezegevierd hebben onder invloed van huis, gebouw: W.de Vries Het Oneigene 22.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

paleis o., uit Fr. palais, van Lat. palatium = paleis van Nero op den heuvel van dien naam.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

paleis s.nw.
1. Woning van 'n vors. 2. Aansienlike, deftige woning. 3. Aansienlike openbare gebou.
Uit Ndl. paleis (al Mnl. in bet. 1 en 2, 1868 in bet. 3).
Ndl. paleis uit Fr. palais uit Latyn palatium 'paleis', oorspr. die woning van keiser Augustus op Palatium, een van die sewe heuwels van Rome.
D. Palast, Eng. palace.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

paleis: vorstehuis; praalwoning; Ndl. paleis (Mnl. pala(e)s/palais/paleis), Hd. palast, Eng. palace, Fr. palais (11e eeu) uit Lat. palātium, “paleis v. keiser Augustus op d. Palatynse berg”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

paleis (Frans palais)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Paleis, van ’t Fr. palais en dit van ’t Lat. palatium = keizerlijk gebouw op den Palatijnschen heuvel in Rome. Verwant zijn: paladijn (rijksgroote onder Karel den Grooten); palts; paltsgraaf.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

paleis ‘vorstelijk verblijf’ -> Fries paleis ‘vorstelijk verblijf’; Indonesisch † palis ‘vorstelijk verblijf’; Soendanees palis ‘dwangarbeid (bij het paleis van de Gouverneur van de VOC in Batavia)’; Negerhollands palee ‘vorstelijk verblijf’; Papiaments paleis ‘vorstelijk verblijf’; Sranantongo paleisi ‘vorstelijk verblijf’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

paleis vorstelijk verblijf 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal